ZZP-ers, de VAR, en (foute) modelcontracten



De Verklaring arbeidsrelatie vervalt per 1 mei 2016, de Wet DBA – Deregulering beoordeling arbeidsrelaties, om de schijnzelfstandigheid aan te pakken – wordt ingevoerd per 1 mei 2017, Financiën plaatst foute voorbeeldovereenkomsten op zijn website, en ZZP-ers en hun opdrachtgevers weten niet goed hoe nu verder. De onvrede is groot: een online petitie tegen het vervangen van de VAR haalde in twee dagen tijd ruim 16 duizend handtekeningen op.

De Eerste Kamer heeft begin februari – na lang aarzelen – ingestemd met het afschaffen van de VAR-verklaring. Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft met veel ‘soebatten en overreding’ een meerderheid in de Senaat verkregen. De VAR verdwijnt per 1 mei 2016 en wordt vervangen door voorbeeldovereenkomsten. Eerder was 1 januari 2016 gepland, dat werd 1 april, en nu dus 1 mei. Zie ook BelastingBelangen, oktober 2015: Modelovereenkomsten voor ZZP-ers, en Vervanging VAR uitgesteld tot 1 april 2016.

Met de invoering van de voorbeeldovereenkomsten vervalt de vrijwaring voor opdrachtgevers. Per 1 mei zijn opdrachtgever en de ZZP-er samen verantwoordelijk voor het opstellen en naleven van hun overeenkomst tot dienstverlening. Zij kunnen die overeenkomst vooraf voorleggen aan Financiën, om zekerheid te verkrijgen dat geen sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Ook kunnen ze gebruik maken van de model- en voorbeeldovereenkomsten op de website van de Belastingdienst. Zie ook: Algemene modelovereenkomsten, voorbeeldovereenkomsten en individuele overeenkomsten. Wordt de (geaccordeerde) overeenkomst correct nageleefd, dan hoeft de opdrachtgever geen loonheffing in te houden en af te dragen. Voor de ZZP-er staat dan overigens nog niet vast dat de fiscus hem ook als ondernemer erkend. Dat wordt later afzonderlijk beoordeeld. De modelcontracten zijn ook niet beslissend voor de heffing van omzetbelasting.

De Belastingdienst kan achteraf vaststellen dat de overeenkomst niet correct is nagekomen, en dat toch sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. In dat geval moet de opdrachtgever – die nu als werkgever wordt behandeld – alsnog loonheffing over de beloning van de ZZP-er afdragen. Hoe hij dat moet verhalen op de inmiddels vertrokken inleenkracht staat er niet bij. De aansprakelijkheid van opdrachtgevers neemt toe: zie ook BelastingBelangen, augustus 2015: Welke risico’s loop ik met zzp-voorbeeldcontracten?
ZZP’ers zijn ook niet tevreden over de nieuwe modelcontracten. Hun online petitie is duidelijk: “Door deze ondernemers te belasten met onnodig veel bewijslast wordt het werk belemmerd en het probleem van schijnzelfstandigheid niet opgelost”. De petitie scoort goed, in twee dagen tijd ruim 16 duizend handtekeningen.

Staatssecretaris Wiebes wuift de kritiek op modelovereenkomsten weg. In de overeenkomsten op de site van de Belastingdienst zijn de fiscaal relevante passages gemarkeerd, en “daarmee is inzichtelijk van welke bepaling kan worden afgeweken zonder dat de zekerheid vervalt”. Kort daarop moest de staatssecretaris toch een knieval maken toen bleek dat in de modelcontracten diverse bepalingen staan die ongewenst ofwel in strijd zijn met wettelijke bepalingen. Het gaat met name om overeenkomsten waarin staat dat alle risico’s op naheffing bij de opdrachtnemer – de ZZP-er – liggen. Dat sluit niet aan bij het voornemen om nu juist de mogelijkheden voor naheffing bij de opdrachtgever te vergroten. En premies werknemersverzekeringen kunnen – wettelijk – niet worden verhaald op de ZZP-er als die als werknemer wordt behandeld. Die premies zijn wettelijk verschuldigd door de werkgever (ondanks de misleidende naam). Financiën zal de modelcontracten aanpassen.

Commentaar
De modelovereenkomsten en de bijbehorende rolverdeling tussen opdrachtgever en ZZP-er gaan veel discussies, geschillen en rechtszaken opleveren. Maar dit is het waar we het mee moeten gaan doen, het is niet anders.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën