Zijn lopende zaken bij de Hoge Raad (integratieheffing en Don Bosco) interessant voor gemeenten?



Deze vraag houdt fiscaal Nederland bezig, omdat in beide zaken nog geen laatste oordeel is geveld. Ondertussen gaat de praktijk door en zijn er situaties waarin een gemeente de integratieheffing ter discussie wil stellen of graag het gedachtegoed van het Don Bosco-zaak wil toepassen om toch een btw-belaste prestatie te verrichten. In deze bijdrage geven wij aan hoe de gemeente hiermee om kan gaan.

Integratieheffing
De Hoge Raad moet zich uitlaten over een uitspraak van het gerechtshof Den Haag, die de Nederlandse toepassing van de integratieheffing in strijd met de btw-richtlijn achtte. De Advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft al een conclusie genomen en naar haar oordeel is dat Nederlandse toepassing van de integratieheffing niet in strijd is met de Btw-richtlijn. Inmiddels volgen enkele rechtbanken en gerechtshoven het standpunt van de Advocaat-generaal (recentelijk nog het gerechtshof
‘s-Hertogenbosch). Echter zolang de Hoge Raad nog geen definitief oordeel heeft geveld staat nog niets vast. Belastingplichtigen mogen nog steeds zonder risico op boetes de lijn van het gerechtshof Den Haag toepassen.

De praktijk
In de situatie waarin de gemeente in de tussentijd op basis van de huidige stand van wet- en regelgeving een integratieheffing op aangifte dient aan te geven, is het verstandig dit gewoon te doen en vervolgens binnen zes weken na voldoening van de btw bezwaar te maken. In dit bezwaar kan worden verzocht uitstel van een motivering te verlenen tot na het eindoordeel van de Hoge Raad. Zou u wachten met het maken van een formeel bezwaar tot na het moment waarop de Hoge Raad de uitspraak heeft gepubliceerd, dan bent u te laat. De inspecteur zal u dan ook niet ambtshalve tegemoet komen. Overigens zullen door de uitspraak van de Hoge Raad van 19 november 2010 het aantal integratieheffingen verminderen (zie ook onze nieuwsbrief 2010-19: nieuwbouw of renovatie – wel of geen integratieheffing).

Don Bosco-zaak
Het komt voor dat gemeenten grond aan derden willen leveren met btw en zonder overdrachtsbelasting, maar dat op of in de bouwkavel nog een constructie (oude opstallen of fundering) aanwezig is. De gemeente kan deze soms pas na de levering slopen. Tot voor kort bestond dan altijd het risico van overdrachtsbelastingheffing, omdat geen sprake was van een onbebouwd terrein. De Don Bosco-zaak lijkt daarin verandering te brengen, maar de Hoge Raad moet het oordeel van de Europese rechter nog overnemen. De Belastingdienst wil het eindoordeel van de Hoge Raad afwachten, maar wij zien in de praktijk de inspecteurs wel meebewegen.

De praktijk
Tegenwoordig kan de gemeente bij de Belastingdienst een beroep doen op de Don Bosco-zaak. Wij merken dat de Belastingdienst het beroep honoreert als de feiten overeenkomen met deze zaak. Een belangrijke voorwaarde is dat de levering moet plaatsvinden nadat de gemeente een aanvang heeft gemaakt met de sloop. Als aan deze voorwaarde wordt voldaan, biedt de Don Bosco-zaak de oplossing. Het is wel verstandig deze aspecten voorafgaand aan de (notariële) levering met de Belastingdienst overeen te komen.

Tot slot
Lopende zaken zijn dus niet alleen interessant voor fiscalisten, maar bieden de gemeente zelfs mogelijkheden (on)gelukkig geformuleerde contracten te stroomlijnen of de mogelijkheid open te houden alsnog op termijn te profiteren van een latere gunstigere uitspraak.

Colofon:
Henk Zuidersma is senior adviseur bij EFK Belastingadviseurs. Voor meer informatie  hzuidersma@efkbelastingadviseurs.nl, 072-535 05 25.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën