Waar staat Europa in het internationale fiscale debat?



In een eerdere column verhaalde ik over de wereldwijde inspanningen om het internationale fiscale veld ingrijpend te doen veranderen. Hierbij strijden OESO en de Verenigde Naties al langer om de hoofdrol. Veel pregnanter is natuurlijk het gevecht dat tussen OESO en de EU wordt gevoerd. Het gros van de OESO-staten is ook lidstaat van de EU en alhoewel OESO als gevolg van de ‘BEPS’ samenwerking met de G20 een ‘machtsimpuls’ heeft gekregen, blijft het aanmodderen met OESO. Ze willen zo graag de fiscale wereld veranderen, maar in hun gulzigheid vergeten ze elementaire stappen te zetten. Het ambitieuze BEPS-project bevat bijvoorbeeld geen keiharde arbitragebepaling. Te ingewikkeld. Vergeet dan de rest ook maar, zou ik zo zeggen….

Dat Europa zijn rol beter speelt, kan niet altijd gezegd worden. De afdeling van de Europese Commissie die zich met directe belastingen bezighoudt, doet haar best om een stempel te drukken op het internationale fiscale recht en slaagt daarin, maar helaas op de verkeerde wijze. Zoals ik al eerder schreef, lijkt de wijze van invulling door de Commissie meer te zijn ingegeven door macht dan door het inzicht een tekortschietende interne markt te willen vlottrekken. Maar er is hoop. We hebben natuurlijk ook nog de afdeling van de Europese Commissie die zich bezighoudt met staatssteun. Een beetje geholpen door LuxLeaks kon de Europese Commissie hier haar tanden laten zien en dat deed ze ook voortvarend. Minutieus worden de LuxLeaks pagina’s onderzocht op situaties die als verboden steunmaatregelen kunnen worden gezien.

Hierbij beperkt de Commissie zich niet alleen tot Luxemburg.  Ook situaties in andere landen trekken de aandacht van de Commissie. In Nederland was dat Starbucks, het door vele protestacties geplaagde bedrijf dat een apa-ruling kreeg maar die vervolgens verkeerd implementeerde. Foutje van het bedrijf? Wellicht niet. Veel adviseurs schromen niet om in hun jacht naar een zo laag mogelijke effectieve belastingdruk structuren te adviseren die naar de regel perfect zijn maar door de eindverantwoordelijke (het bedrijf zelf) nauwelijks correct kunnen worden geïmplementeerd. Het is immers gewoon te ingewikkeld om de business aan te passen aan de wensen van de fiscalisten. En niet alleen te ingewikkeld maar ook nog eens te onbezonnen. Tax dient immers de business te volgen en niet andersom.

Inmiddels jaagt de Europese Commissie in heel Europa op situaties die als verboden steunmaatregelen kunnen worden gekenschetst. Langzaam maar zeker worden ze ook buiten Europa wakker en zien ze het potentiële gevolg van deze situatie. En alleen al dit effect heeft een minstens zo belangrijke invloed op de mondiale belastingplanning als alle door OESO voorgestelde BEPS- ontwikkelingen aangezien de grote OESO-leider (Verenigde Staten) onmogelijk die plannen kan uitvoeren. Wat hiervan vervolgens resteert, is unilateraal handelen van staten in Europa en daarbuiten alsmede landen die zich scharen achter het UN-modelverdrag. Maar aan kop gaat vooralsnog de Europese Commissie met het effectief aanpakken van concurrentievervalsende ‘bevoordelende’ structuren. Dat  de Europese Unie hier geen tandeloze tijger in zal blijken te zijn, staat voor mij als een paal boven water!

Hans van den Hurk

Hoogleraar aan de Maastricht University

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën