Verkenning verbetering werkkostenregeling gepresenteerd



taatssecretaris Weekers van Financiën heeft onlangs de “Verkenning verbetering van en vergroten draagvlak voor werkkostenregeling” gepresenteerd. De verkenning vormt de inzet voor een consultatie van het bedrijfsleven om te vernemen of diverse in de verkenning gesuggereerde oplossingen voor in de praktijk ervaren problemen werkbaar zijn. Zoals al op 7 maart 2013 was bericht, verwacht de staatsecretaris nog voor de zomer vereenvoudigingsvoorstellen bekend te kunnen maken en concrete wijzigingsmaatregelen van de werkkostenregeling in het Belastingplan 2014 op te kunnen nemen.

Waarom nu een verkenning?
In augustus 2012 is een evaluatie geweest van de werkkostenregeling (hyperlink 1). Een van de conclusies is dat de systematiek van de werkkostenregeling goed is, maar in de uitwerking nog zeker een slag is te maken. Dezelfde geluiden zijn te horen in de praktijk. Zo zijn er twijfels geuit op het punt van vereenvoudiging en zijn er signalen over knelpunten. Uit de evaluatie blijkt ook dat het overgrote deel van de werkgevers uitkomt met de vrije ruimte. Hoewel de evaluatie geen aanleiding vormt om terug te komen van de werkkostenregeling, heeft deze evaluatie geleid tot de onderhavige verkenning naar maatregelen die ertoe kunnen bijdragen dat de werkkostenregeling verbetert en ook het draagvlak daarvoor wordt vergroot.

Noodzakelijkheidscriterium is een vereenvoudiging
Het noodzakelijkheidscriterium gaat uit van de gedachte dat het verstrekken, vergoeden of ter beschikking stellen van zaken waarvan de werkgever het nodig en noodzakelijk vindt dat zijn werknemers die in hun werk gebruiken, geheel buiten het loonbegrip blijven. De introductie van het noodzakelijkheidscriterium maakt de werkkostenregeling beter uitvoerbaar. Doordat de desbetreffende vergoedingen en verstrekkingen buiten het loonbegrip worden gehouden, hoeven veel zaken niet meer in de loonadministratie te worden vastgelegd. Dit is een tijds- en een kostenbesparing. Met het noodzakelijkheidscriterium wordt ook het aantal gerichte vrijstellingen (vrijgesteld loon) en ‘nihilwaarderingen’ tot het minimum beperkt. Daarmee neemt het aantal administratieve handelingen dat de werkgever voor de loonheffingen moet verrichten, verder af.

In de verkenning wordt opgemerkt dat het noodzakelijkheidscriterium zich in het algemeen niet leent voor uitzonderingen. Echter, in sommige gevallen is het privévoordeel zo nadrukkelijk aanwezig en ook zo substantieel van omvang, dat het in strijd zou zijn met de maatschappelijke opvattingen om dat privévoordeel buiten aanmerking te laten. Hierbij valt te denken aan een door de werkgever ter beschikking gestelde auto, of huisvesting door of vanwege de werkgever.

Knelpunten oplossen
Uit de evaluatie van de werkkostenregeling zijn ook enkele knelpunten naar voren gekomen. Zo verloopt op administratief terrein de aansluiting tussen salarisadministratie en financiële administratie niet overal soepel. De loonheffingen, en daarmee ook de werkkostenregeling, gaan uit van heffing en afdracht per tijdvak. De salarisadministratie wordt daartoe periodiek afgesloten bij de uitbetaling van het tijdvakloon, terwijl de financiële boekhouding – vaak voor kleinere ondernemingen in samenhang met de btw-aangifte – een andere sluitingsdatum kent. Als oplossing hiervoor wordt gedacht aan een voorlopige afrekening per kwartaal met een definitieve afrekening op jaarbasis die plaatsvindt na sluiting van de verschillende administraties.

Bron: PwC, van Ministerie van Financiën, 21-3-2013, nr. DB/2013/241M.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën