Sportbeoefening en 6% btw: Is de wedstrijd gespeeld of hebben we theepauze?



Op 2 november 2011 is in de Staatscourant een nieuwe toelichting op Tabel I gepubliceerd. In dit nieuwe besluit wordt nader ingegaan op het gelegenheid geven tot sportbeoefening. Wij vragen ons af of dit besluit – weliswaar vooraf besproken met verschillende belangenorganisaties – de aan de Tweede kamer toegezegde nadere aanwijzingen bevat, waarbij de toepassing van het verlaagde tarief wordt vereenvoudigd.

Inleiding

We kunnen gerust stellen dat op het btw-gebied de sportaccommodaties in 2011 een ‘hot item’ hebben gevormd. Voor sporthallen en gymzalen is toepassing van het verlaagde tarief in essentie geen probleem meer, al levert het gebruik door onderwijsinstellingen met sommige belastingeenheden nog een behoorlijke discussie op. De buitensportaccommodaties vormen echter het belangrijkste aandachtspunt. Dit heeft ertoe geleid dat Kamervragen zijn gesteld en de bewindsman daarop antwoorden heeft gegeven. In zijn beantwoording is aangekondigd dat in de uitvoeringssfeer nadere aanwijzingen worden geven, die inhouden dat het btw-tarief van 6% van toepassing is op het tegen betaling ter beschikking stellen van buitensportaccommodaties door gemeenten aan sportverenigingen, mits geen sprake is van een symbolische vergoeding en van misbruik van recht.

De nieuwe toelichting
Wij gaan ervan uit dat de nieuwe toelichting op de Tabelpost b3 (het gelegenheid geven tot sportbeoefening) de vastlegging vormt van de aangekondigde aanwijzingen, omdat deze volgens de staatssecretaris zouden worden gepubliceerd in de Staatscourant. Wij stellen het navolgende vast: 

–            Voor het nieuwe besluit is het oude besluit van 5 januari 2010 als uitgangspunt genomen;

–            Een bijzondere passage is toegevoegd over de sportaccommodatie. De hierin opgenomen passage over kleed- en doucheruimten is inmiddels komen te vervallen. Dit was al in de Tweede Kamer toegezegd en is inmiddels via een rectificatie op 15 november 2011 aangepast;

–            Buitensportaccommodaties, zoals voetbal- hockey- en korfbalvelden, worden niet genoemd;

–            Veel woorden worden gebruikt aan de twee situaties waarin geen sprake kan zijn van het gelegenheid geven tot sportbeoefening, te weten de symbolische vergoeding en misbruik van recht;

–            Nieuwe rechtspraak is waar mogelijk ingepast.

 

Reactie EFK Belastingadviseurs 

De staatssecretaris heeft op 17 mei 2011 schriftelijke antwoorden gegeven op vragen van de kamerleden Bruins Slot en Omzigt over de exploitatie van buitensportaccommodaties door gemeenten en sportstichtingen. In antwoord 8 vinden wij vrijwel letterlijk de tekst terug die nu is opgenomen in het onderdeel sportaccommodatie van het nieuwe besluit. Misbruik van recht en de symbolische vergoeding (eveneens opgenomen bij antwoord 8 en later uitgewerkt in de beantwoording op Kamervragen op 22 september 2011) zijn vastgelegd in het nieuwe besluit. Maar beide aspecten zijn juist items waaronder het lage btw-tarief geen toepassing kan vinden. Een toelichting zou juist de functie moeten hebben van hetgeen er wel onder valt. Of zouden we nu mogen concluderen dat wat niet is uitgesloten er dus wel onder valt?

Waar zijn de aangekondigde aanwijzingen waaronder het verlaagde btw-tarief wel kan worden toegepast?

Lezen wij het nieuwe besluit goed dan missen wij de aanwijzingen. De voor de praktijk zo broodnodige duidelijkheid ontbreekt. Gemeenten weten aan de hand van het nieuwe besluit eigenlijk nog steeds niet waar ze aan toe zijn, maar dat geldt ook voor de belastinginspecteur. Geeft het ontbreken van de duidelijkheid de inspecteur de mogelijkheid deze in een individuele casus in te vullen, mits geen sprake is van een symbolische vergoeding of misbruik van recht of worden aanhangige zaken nog steeds aangehouden?

Zoals de bewindsman op 22 september 2011 heeft gemeld is de tekst van het nieuwe besluit mede tot stand gekomen in overleg met belangenorganisaties. Dit overleg heeft ertoe geleid dat voor de invulling van het begrip symbolische vergoeding niet langer wordt aangesloten bij een bepaald percentage van de kosten van de sportaccommodatie. Mogelijk dat de bewindsman dit aspect op het oog heeft gehad bij zijn eerdere toezegging aan de Tweede Kamer.

Tot slot
Gemeenten, die de Belastingdienst hebben benaderd met de vraag in hoeverre het sportbesluit toepasbaar is en waarvan de beantwoording op zich heeft laten wachten, moeten er in ieder geval rekening mee houden dat een antwoord geënt zal zijn op het nieuwe besluit. Of dit antwoord de duidelijkheid gaat verschaffen, of dat het in lijn met het besluit alleen gaat aangeven wanneer het niet mogelijk is, zal de toekomst leren. Wat dat betreft hebben we nu even theepauze en zal het fluitsignaal van de tweede helft spoedig klinken.

Colofon

Ed Plat is als adviseur werkzaam bij EFK Belastingadviseurs, kantoor Alkmaar. Voor meer informatie: info@efkbelastingadviseurs.nl, telefoon 072 53 50 525.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën