Schoolstructuren: Weer wat geleerd



Het parket van de Hoge Raad heeft op 12 augustus 2011 een viertal conclusies over schoolstructuren vrijgegeven. De adviezen aan de Hoge Raad gaan in drie gevallen over situaties waarin een gemeente de btw-kosten van een nieuw schoolgebouw tracht te drukken door dit gebouw tegen een lage prijs van de hand te doen aan een schoolbestuur of aan een stichting die doorverhuurt aan het schoolbestuur. In het vierde geval past een schoolbestuur sale and lease back toe met een verbonden stichting. Advocaat-Generaal Van Hilten concludeert dat een schoolstructuur slechts in bijzondere gevallen werkt.

Het realiseren van een schoolgebouw is vaak een dure aangelegenheid. Het is dan ook niet vreemd dat gemeenten en schoolbesturen zoeken naar manieren om de kostprijs te verlagen. Tot enkele jaren terug zijn adviezen verstrekt over modellen waarbij het schoolgebouw bij oplevering voor een laag bedrag in eigendom wordt overgedragen aan het schoolbestuur of aan een speciaal daarvoor opgerichte verhuurstichting. In het laatste geval verhuurt de stichting door of terug aan het schoolbestuur. De leverende partij trekt alle investerings-btw af en voldoet over de verkoopsom btw op aangifte. Zelfs na de betaling van de zogenoemde strafheffing in de overdrachtsbelasting blijft dan nog een flinke belastingbesparing over.

De Belastingdienst heeft de schoolstructuren met diverse juridische argumenten bestreden. De meest in het oog springende zijn het leerstuk van ‘misbruik van recht’ en de stelling dat voor de btw-heffing geen levering heeft plaatsgevonden. Laatstgenoemde stelling wordt behandeld in de twee conclusies waarin de gemeente de eigendom van het gebouw heeft geleverd aan het schoolbestuur. De Advocaat-Generaal meent dat niet is voldaan aan een essentieel onderdeel voor een btw-technische levering, namelijk de macht van de koper om het schoolgebouw vrijelijk door te verkopen. Die macht lijkt naar haar mening in de onderwijswetgeving te zijn uitgesloten. In zoverre faalt het cassatieberoep van beide gemeenten, aldus de Advocaat-Generaal.

De andere twee zaken hebben gemeen dat de kopende partij niet een schoolbestuur is, maar een verhuurstichting. De onderwijswetgeving is in dat geval op de levering niet van toepassing. De inspecteur probeert in die zaken het leerstuk van ‘misbruik van recht’ toe te passen. Dat lijkt te lukken in de situatie waarin het schoolbestuur levert aan en terug huurt van een door haar gefinancierde stichting, die ook nog eens met handen en voeten aan het schoolbestuur gebonden is. Het lukt mogelijk niet in het andere geval. Daar heeft de leverende partij – een gemeente – geen macht over verhuurstichting en doet het geheel minder kunstmatig aan.

Als de Hoge Raad de Advocaat-Generaal volgt, zal slechts één schoolstructuur werken. Dat is het geval waarin het schoolgebouw aan een verhuurstichting wordt geleverd en waarbij die stichting vrijelijk kan bepalen wanneer en aan wie ze het gebouw verkoopt. Het is de vraag of een gemeente dat wil. Wij wagen dit te betwijfelen en menen dan ook dat het einde van de schoolstructuren definitief in zicht is.

Colofon

Ed Plat is als adviseur werkzaam bij EFK Belastingadviseurs, kantoor Alkmaar. Voor meer informatie: info@efkbelastingadviseurs.nl , telefoon 072 53 50 525.

 

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën