Rechters scheppen meer duidelijkheid over sportbeoefening in een sportaccommodatie



Het gerechtshof in Den Bosch (LJN: BQ5554) en de rechtbank in Den Haag (LJN: BQ7199) hebben in recente uitspraken meer helderheid verschaft over de vraag in welke gevallen sportbeoefening in de open lucht onder het btw-regime voor het geven van gelegenheid tot sportbeoefening kan worden gebracht. Beide zaken gaan over de vraag of de sport wordt beoefend in een sportaccommodatie.

Inleiding
Wij hebben in onze nieuwsbrief veelvuldig aandacht besteed aan het btw-regime voor het geven van gelegenheid tot sportbeoefening. Als dit regime van toepassing is, heeft de dienstverrichter – in de praktijk vaak een gemeente – recht op verrekening van de inkoop-btw (veelal 19%), terwijl over de aan gebruikers gefactureerde vergoeding (slechts) 6% btw in rekening hoeft te worden gebracht. Het toepassen van genoemd regime leidt – bij investeringen – tot een aanzienlijk btw-voordeel bij de dienstverrichter.

Het begrip ‘geven van gelegenheid tot sportbeoefening’ lijkt geen onderscheid te maken tussen de binnen- en de buitensport. De praktijk is echter weerbarstiger. De wetgever heeft met deze tabelpost namelijk beoogd invulling te geven aan de post het verstrekken van het recht gebruik te maken van sportaccommodaties uit de Europese btw-richtlijn. De nationale bepaling dient daarom in lijn met de richtlijnbepaling te worden uitgelegd, zo oordeelt de Hoge Raad in een uitspraak over de Nijmeegse wandelvierdaagse. De Hoge Raad kent in die procedure het 6%-tarief toe, omdat hij oordeelt dat het parcours van de wandelvierdaagse in zodanige mate voor de sportbeoefening is gereserveerd dat het wordt aangemerkt als een sportaccommodatie.

Rechtbank Den Haag
In de recente uitspraak van de rechtbank in Den Haag speelt de vraag of het parcours van de Kustmarathon een ‘sportaccommodatie’ is. De rechtbank beantwoordt deze vraag – in het voordeel van belanghebbende – bevestigend. Zij kent daarbij belang toe aan het feit dat de start en finish met dranghekken zijn afgesloten en dat de bospaden uitsluitend zijn gereserveerd voor de deelnemers. De eis van de inspecteur dat ook de hele kuststrook voor de deelnemers moet zijn gereserveerd, dient volgens de rechtbank geen reëel doel.

Gerechtshof Den Bosch
De uitspraak van het hof in Den Bosch pakt negatief uit voor de procederende belastingplichtige. De zaak gaat over een manege, die ritten te paard door een natuurgebied organiseert. Het hof oordeelt dat de route over openbare ruiterpaden onvoldoende is afgebakend om een ‘sportaccommodatie’ in de zin van de btw-richtlijn te vormen.

De praktijk
De rechterlijke uitspraken doen weer eens de aandacht vestigen op het feit dat het geven van gelegenheid tot sportbeoefening in een ‘sportaccommodatie’ moet plaatsvinden. Dit betekent echter niet dat het verlaagde btw-tarief verloren gaat als de sporters hun activiteiten soms buiten de accommodatie verrichten. Het ministerie van Financiën keurt namelijk goed dat het sporten buiten de sportaccommodatie incidenteel mag plaatsvinden, mits onder begeleiding van de instructeur/trainer.

Colofon
Ed Plat is als adviseur werkzaam bij EFK Belastingadviseurs, kantoor Alkmaar. Voor meer informatie: info@efkbelastingadviseurs.nl, telefoon 072 53 50 525.

 

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën