Recht op aftrek van btw vanwege mogelijke toekomstige btw-belaste prestaties!



Recht op aftrek van btw vanwege mogelijke toekomstige btw-belaste prestaties!
Een vereniging van effectenbezitters neemt zelf initiatief om ondernemingen aan te klagen wegens schending van de rechten van aandeelhouders. In het merendeel van de gevallen wint de vereniging de procedures. De afwikkeling van de procedures wordt verricht in opdracht van de aangeklaagde ondernemingen. Bij gerechtshof Den Haag is in geschil of de vereniging de btw op gemaakte kosten mag verrekenen als voorbelasting.

De casus
Waar het in de procedure om gaat is of een directe relatie bestaat tussen de gemaakte kosten en de daar tegenover staande opbrengsten. In beroep heeft rechtbank Den Haag geoordeeld dat geen rechtstreekse relatie bestaat tussen kosten en opbrengsten. In hoger beroep beslist gerechtshof Den Haag dat wèl een rechtstreekse relatie aanwezig is tussen de kosten en de opbrengsten. De redenering van beide instanties is als volgt.

Rechtbank Den Haag verwijst naar twee uitspraken van het Hof van Justitie. Een dienst is alleen een belastbare economische activiteit als een rechtstreeks verband bestaat tussen de dienst en de ontvangen vergoeding. Omdat de vereniging de procedures op eigen initiatief start in het belang van haar leden zonder van deze partijen een vergoeding te ontvangen, is volgens de rechtbank sprake van een vorm van collectieve belangenbehartiging zonder vergoeding. Geen recht op verrekening van btw dus.

Het gerechtshof oordeelt dat de vereniging met het initiëren en het voeren van collectieve juridische acties economische activiteiten voor de btw verricht. Het hof constateert dat de vereniging met de acties opbrengsten beoogt te genereren. De acties zijn zo opgezet dat het de aangeklaagde ondernemingen zijn die de kosten gaan betalen. De vereniging krijgt immers van hen opdracht de afwikkelingsactiviteiten tegen betaling van een btw-belaste vergoeding uit te voeren. Dat niet alle procedures worden gewonnen waardoor niet alle kosten kunnen worden goedgemaakt acht het gerechtshof niet relevant, zeker nu de vereniging in meer dan negentig procent van de gevallen succes heeft.

Welk oogmerk?
De rechtbank beoordeelt de relatie tussen de kosten en hetgeen de vereniging feitelijk doet. Het gerechtshof gaat verder en neemt in de beoordeling het oogmerk van de vereniging mee. Dit sluit meer aan bij de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Rompelman, een ondernemer die een appartementsrecht van een nog te bouwen gebouw kocht om btw-belast te gaan verhuren. Een huurder was nog niet gevonden. Het Hof oordeelde dat de btw op voorbereidende handelingen, zoals het verkrijgen van bedrijfsmiddelen, voor aftrek als voorbelasting in aanmerking komt, omdat dit reeds tot de economische activiteiten wordt gerekend.

Wat betekent dit voor de gemeentelijke praktijk?
De uitspraak van het gerechtshof geeft aan dat voor aftrek van btw een relatie dient te bestaan met btw-belaste opbrengsten. Ook al zijn op dit moment nog geen directe btw-belaste opbrengsten in het zicht,op termijn kunnen die wel degelijk van invloed zijn op de aftrek van btw in het heden. Sinds de komst van het bcf-plafond willen gemeenten toch liever de inkoop-btw op aangifte verwerken dan bij het BTW-compensatiefonds?

Wilt u meer weten of uw inspanningen tot aftrek van btw op aangifte kunnen leiden, neem dan kan contact op met mr. F.P. van den Eijnden of ons secretariaat via 072-65350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën