PwC: Familiebedrijven onvoorbereid op opvolging en familietwisten



Directeur-grootaandeelhouders (dga’s) en directieleden van familiebedrijven bereiden zich onvoldoende voor op hun opvolging en op familietwisten. Nog niet de helft van hen heeft een concreet bedrijfsopvolgingsplan op de plank. En van degenen die dat wel hebben, heeft slechts de helft daadwerkelijk een opvolger gekozen. Slechts 29% heeft procedures voor het oplossen van familietwisten. Dat blijkt uit ‘Kin in the Game’, het tweejaarlijkse onderzoek van PwC onder maar liefst 1.600 dga’s en directieleden van familiebedrijven in 35 landen, waaronder Nederland. Nederlandse familiebedrijven hebben fors meer last gehad van de recessie dan bedrijven in opkomende economieën.

De leiding van familiebedrijven gaat de komende jaren massaal over van de ene generatie naar de andere. Meer dan een kwart (27%) van de ondervraagde 1.600 dga’s en directieleden verwacht hun bedrijf binnen vijf jaar over te dragen. In 53% van die gevallen moet de opvolger uit de eigen familie komen. Momenteel heeft 48% een concreet bedrijfsopvolgingsplan. Van hen die wel een opvolgingsplan hebben, heeft  slechts 50% een opvolger gekozen.

Jac Veeger, partner bij PwC Nederland en adviseur voor private companies, zegt hierover: “Veel opvolgingsvraagstukken zijn als gevolg van de crisis en de daarmee samenhangende managementaandacht tijdelijk op de achtergrond gekomen. Het thema zal echter de komende jaren weer bovenaan de agenda van veel aandeelhouders en besturen prijken. Om een soepele opvolging te verzekeren, zullen zij nauwgezetter aan opvolgingsplanning moeten doen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het bepalen van objectieve criteria op basis waarvan beoordeeld kan worden wie klaar is om de teugels over te nemen. Ondernemingen die zorgen voor een krachtig, zelfstandig opererend management zijn het beste in staat om de onderneming in de familie te houden.”

Onvoorbereid op twisten
Het ‘family business’-onderzoek van PwC toont ook aan dat slechts weinig bedrijven voorbereid zijn op het omgaan met conflictsituaties tussen familieleden. Slechts 29% heeft procedures hoe om te gaan met het oplossen van zakelijke twisten. Terwijl volgens het onderzoek meer bedrijven dan twee jaar geleden spanningen ervaren met betrekking tot de toekomstige bedrijfsstrategie en de competenties van hen die het bedrijf in de toekomst moeten leiden. Veeger: “Het belang van een protocol over conflicthantering is essentieel. Onenigheden over geld en opvolging hebben invloed op de wijze waarop de zaak wordt geleid. Hoe gezonder de familierelaties hoe groter de kans op een gezond bedrijf.”

Andere conclusies waaruit blijkt dat familiebedrijven mondjesmaat voorbereid zijn op de toekomst zijn:
– 62% is niet voorbereid op het mogelijk ziek worden of overlijden van hun belangrijkste manager of stakeholder
– 56% heeft geen procedures vastgesteld voor het verwerven van de aandelen van onbekwame of  overleden aandeelhouders
– 50% heeft een gebrek aan liquiditeit om familieleden uit te kopen die (overwegen) hun belang in de zaak  ter beschikking (te) stellen.
– 37% weet niet wat de fiscale implicaties zijn van een binnenlandse bedrijfsoverdracht. Betreft het een internationale overdracht dan is dit percentage 58%

Top-500 genereert veel banen en belasting
Volgens Veeger moet er meer aandacht komen voor het vestigingsklimaat voor familiebedrijven. In het bijzonder voor ondernemerschap en voor het binden van familievermogen aan Nederland. “Het belang van familiebedrijven voor economie en samenleving is enorm. Multi-generatie familiebedrijven hebben het de afgelopen jaren beter gedaan dan welke kapitaalmarkt dan ook. Uit recent PwC-onderzoek(1) blijkt bovendien dat de top-500 van vermogende ondernemers en families 7,7 % van het BBP en 5% van de Nederlandse werkgelegenheid, ofwel 361,500 banen en ruim 6 miljard euro aan belastingopbrengsten genereert. Dat is toch een opmerkelijke uitkomst.”

In een aanvullende position paper komt PwC met concrete aanbevelingen om het vestigingsklimaat voor familiebedrijven te verbeteren. De belangrijksten zijn het verlichten van het structuurregime, de introductie van een familiestichting om de overgang van het ondernemingsvermogen fiscaal en civieljuridisch te faciliteren  en fiscale maatregelen waarmee de continuïteit van het ondernemingsvermogen kan worden gestimuleerd. “Gezien de impact van deze groep bedrijven op de economie zou het nieuwe kabinet werk moeten maken van deze punten”, aldus Veeger.

Krediet wordt duurder
Volgens Veeger moeten familiebedrijven er rekening mee houden dat het verkrijgen van krediet in de nabije toekomst moeilijker wordt. “Onder het Basel III  akkoord – ontworpen om de financiële sector te versterken – worden de kapitaalvereisten voor banken per 2013 verhoogd met 2% met betrekkingen tot leningen en 7% met betrekking tot investeringen. Deze afspraak zal naar verwachting leiden tot een hogere prijs van krediet en meer schaarste. Uit ons onderzoek blijkt dat sommige bedrijven het nu reeds al moeilijker dan verwacht vinden om krediet aan te trekken. Want hoewel tweederde zegt toegang te hebben tot additioneel geld, moet een enorme meerderheid van hen lenen op het moment dat ze het nodig hebben.”

Toename van vraag
Hoewel opmerkelijk veel familiebedrijven de vraag naar hun producten en diensten zagen groeien in de laatste 12 maanden (bescheiden groei: 32%, significante groei: 16%), zag een derde daarentegen de vraag afnemen. Dat is fors meer dan bij het vorige onderzoek twee jaar geleden, toen slechts 10% te maken had met afname van de vraag. Het totale beeld wordt bovendien sterk beïnvloed door de opkomende economieën. De vraagontwikkeling onder Nederlandse bedrijven geeft een veel minder rooskleurig beeld (bescheiden groei: 27%, significante groei: 9%, afname: 49%). En ook de winstontwikkeling bij Nederlandse familiebedrijven blijft achter op de wereldwijde trend.

Wereldwijd zien familiebedrijven de grootste uitdaging in het aantrekken van geschoold personeel (38%), gevolgd door het in de hand houden van kosten en het optimaliseren van hun cash flow (30%). De uitdagingen waar de onderzochte Nederlandse bedrijven voor staan wijken daar significant van af. Maar liefst 70% van hen ziet een interne reorganisatie in de komende maanden als grootste uitdaging.

(1) Impact van de Top 500 populatie: onderzoek naar de baten van de Top-500 populatie voor de Nederlandse economie (Jan Willem Velthuijsen, PwC).

http://www.pwc.nl

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën