Onjuiste voorlichting bindt Belastingdienst in de regel niet



De Hoge Raad heeft onlangs nogmaals beslist, dat onjuiste voorlichting door de fiscus laatstgenoemde in de regel niet bindt vanwege het belang dat de belastingdienst zijn voorlichtende taak onbelemmerd kan blijven vervullen. De Hoge Raad verwees hiervoor ook naar twee arresten uit 1979 en 1988 waarin de Hoge Raad in soortgelijke zin had beslist. 
 
In de onderhavige procedure had een vrouw voor het jaar 2002 een verzoek om voorlopige teruggaaf algemene heffingskorting ingediend. Het bleek dat de toelichting bij dit aanvraagformulier een onjuiste/onvolledige mededeling bevatte. De vrouw kreeg bij voorlopige aanslag de algemene heffingskorting tot een bedrag van € 1.648 uitbetaald. Later volgde een definitieve aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen tot een belastbaar bedrag van nihil. Daardoor bestond ook geen recht op de algemene heffingskorting. De definitieve aanslag leidde tot een terug te betalen bedrag van € 1.509 met daarnaast € 166 aan heffingsrente omdat de echtgenoot van de vrouw slechts € 139 aan inkomstenbelasting in Nederland was verschuldigd. Het oordeel van de Hoge Raad leidde er dus toe dat de vrouw de voorlopige teruggaaf algemene heffingskorting vrijwel weer geheel moest terugbetalen.
 
Wat betreft de € 166 in rekening gebrachte heffingsrente was de Hoge Raad van oordeel dat de vrouw die niet hoefde te betalen. De toelichting bij het aanvraagbiljet was niet zo duidelijk in strijd met de juiste wetstoepassing dat de vrouw redelijkerwijs de onjuistheid daarvan had kunnen en moeten beseffen. Ook was niet op andere wijze gebleken dat de vrouw van de onjuistheid van de voorlichting bewust behoorde te zijn.
 
Verder stond vast dat de vrouw uitsluitend als gevolg van onjuiste voorlichting door de belastingdienst ten onrechte de voorlopige teruggaaf had aangevraagd en gekregen. Het is daardoor uitsluitend aan onzorgvuldig handelen van de belastingdienst te wijten dat de vrouw heffingsrente verschuldigd werd in verband met het opleggen van de definitieve aanslag, waarmee deze voorlopige teruggaaf was verrekend. Onder die omstandigheden verzet het zorgvuldigheidsbeginsel zich ertegen dat de inspecteur deze heffingsrente in rekening brengt.
 
Opmerking
In dezelfde lijn als het onderhavige arrest van de Hoge Raad ligt een uitspraak van Rechtbank Haarlem van 20 september 2005 over -naderhand onjuist gebleken- inlichtingen van algemene aard van de Belastingtelefoon.
 
Bron: Hoge Raad, 24-9-2010, nr. 08/03539

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën