‘Monsters’ in de omzetbelasting



Elke levering door een belastingplichtige, met als doel toekomstige verkopen van een product te bevorderen, valt onder het begrip ‘onttrekkingen van goederen om te dienen als monster’ in de Zesde btw-richtlijn. Dat concludeert advocaat-generaal Jääskinen (AG) van het Europese Hof van Justitie. Als goederen gratis worden verstrekt, is er sprake van een btw-belaste handeling. Dat is geregeld in de Nederlandse Wet op de omzetbelasting. De btw bij aanschaf van een product kan in aftrek worden gebracht. Op het moment dat een product dan gratis wordt verstrekt, is btw verschuldigd. De wet maakt hierop een uitzondering als het gaat om ‘onttrekkingen van goederen om voor bedrijsdoeleinden te dienen als geschenken van geringe waarde of als monster’. In dat geval is geen btw verschuldigd.

Monster
AG Jääskinen concludeert – in de zaak van het Britse EMI Group Limited – dat iedere levering door een belastingplichtige, met als doel de toekomstige verkopen van een product te bevorderen, valt onder het begrip ‘onttrekkingen van goederen om te dienen als monster’ in de zin van de Zesde btw-richtlijn. De levering moet dan wel plaatsvinden aan een werkelijke of potentiële klant of aan een persoon die door zijn bijzondere positie in staat is invloed uit te oefenen op de publiciteit die het product krijgt.

Voorbeeld
Verder is volgens de AG van belang dat de levering een of meer exemplaren van goederen betreft die als voorbeeld van het product dienen. De exemplaren moeten alle wezenlijke kwaliteits- en andere kenmerken bezitten. Zij moeten de ontvanger, diens afnemers dan wel andere personen waarmee de ontvanger communiceert, in staat stellen de aard, de eigenschappen en de kwaliteit van het product te beoordelen of te testen.

Geschenk van geringe waarde
De lidstaten mogen, volgens de AG, een maximumbedrag vaststellen voor een ‘geschenk van geringe waarde’. Daarbij moet rekening worden gehouden met het algemene prijs- en inkomensniveau en met andere economische omstandigheden in de betrokken staat. Wel geldt als voorwaarde dat dit bedrag niet zo laag is, dat het begrip ‘geschenken van geringe waarde’ zijn betekenis zou verliezen of niet meer zou kunnen worden toegepast. Ook mag het bedrag niet zo hoog zijn dat wordt afgeweken van wat in het normale spraakgebruik onder ‘geringe waarde’ wordt verstaan. In individuele gevallen moet van dat maximum kunnen worden afgeweken als dit om objectieve redenen gerechtvaardigd is.

Individuele leveringen
Onder onttrekkingen van goederen om te dienen als geschenken van geringe waarde moeten worden verstaan individuele leveringen door een belastingplichtige. De lidstaten mogen de voormelde maxima niet toepassen op basis van de gecumuleerde waarde van verscheidene geschenken die in een bepaalde periode zijn verstrekt.

Ontvanger niet bepalend voor btw-aftrek
Tot slot concludeert de AG dat het aan de nationale rechter is om, met inachtneming van alle omstandigheden van het concrete geval te bepalen wie de ontvanger van een monster of geschenk is. Het is voor de btw-behandeling van een ‘onttrekking van goederen om voor bedrijfsdoeleinden te dienen als geschenken van geringe waarde of als monster’, irrelevant of de ontvanger van het monster of het geschenk al dan niet gerechtigd is de voorbelasting in aftrek te brengen. Bron; Plein +

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën