Met name lage nettolonen stijgen volgend jaar, blijkt uit berekeningen van ADP



Rotterdam, 24 november 2010 – Alle Nederlandse werknemers zien hun nettoloon stijgen in 2011. Ze betalen het komende jaar minder belasting ten opzichte van 2010 door een hogere arbeidskorting en lagere belastingtarieven.

De netto loonstijging wordt echter deels teniet gedaan door een premiestijging voor de ziektekostenverzekering. Dit blijkt uit berekeningen op het eerste loonstrookje van 2011 van salaris- en HR-dienstverlener ADP, die maandelijks de salarisstrook van 1,4 miljoen Nederlandse werknemers verzorgt.

Stijging inkomen
De lagere inkomens gaan er procentueel het meest op vooruit. De grootste stijging is te zien bij een brutoloon van rond de 1.500 euro per maand. In dat geval stijgt het nettoloon het nieuwe jaar met 0,91% (11,34 euro) ten opzichte van 2010. Werknemers met een modaal inkomen (2.546 euro bruto per maand) ontvangen komend jaar netto 9,34 euro meer. Dit laatste is een stijging van 0,52%. Werknemers die twee keer modaal verdienen (bruto 5.092 euro) gaan er netto 15,45 euro op vooruit, een stijging van 0,48%.

De nettolonen stijgen het minst bij werknemers met een brutoloon van 4.250 euro per maand. Zij gaan er netto 5,83 euro op vooruit, een stijging van 0,21%. Deze dip in netto loonstijging komt omdat voor inkomens tussen de 44.100 euro en 50.200 euro de arbeidskorting weer stapsgewijs wordt afgebouwd. De maximale korting van 77 euro is bij een inkomen van € 4.250 per maand bereikt.

Sectorpremie
Werkgevers betalen sectorpremie om de werkloosheidsuitkeringen mede te financieren. Deze premie verschilt per sector. Het UWV heeft de sectorpremies voor 2011 voorgesteld aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De premies moet de minister formeel nog goedkeuren, maar enkele zaken springen er nu al uit. Stukadoorbedrijven gaan 2,48% betalen in plaats van 0,96%, ruim 1,5 keer zo veel dan in 2010. De premies in Zakelijke Dienstverlening III (onder meer effectenhandelaren, incassobureaus en journalistiek) gaan van 1,43% naar 2,36%, een premiestijging van 65%.

 De premie in de Bouwsector stijgt met 59% van 0,88% naar 1,4%. De premie voor de Grafische Industrie gaat van 1,55% naar 2,45%, een stijging van 58%. De sectorpremies worden nog eens verhoogd met de zogenoemde uniforme opslag kinderopvang, omdat werkgevers worden geacht een deel van de kosten van kinderopvang voor hun rekening te nemen. Deze opslag is 0,34%.

 Voor een werkgever in de sector zakelijke dienstverlening III met 25 werknemers die allemaal een loon verdienen van 50.000 euro, betekent dit alles een kostenstijging van bijna twaalfduizend euro. In 2011 bedragen de werkgeverskosten voor de sectorpremie namelijk 33.274 euro,* waar dit in 2010 een bedrag van 21.556 euro was.

 *=2,7% (2,36% + 0,34%) over 49.296 euro (maximale premieloon) x 25 = 33.274 euro

Nettoloon stijgt
De eerste loonstrook van 2011 geeft een positief beeld voor werknemers. Alle Nederlandse werknemers zien hun nettoloon stijgen in 2011. De lagere inkomens gaan er procentueel het meest op vooruit. De grootste stijging is te zien bij een brutoloon van rond de 1.500 euro per maand. In dat geval stijgt het nettoloon het nieuwe jaar met 0,91% (11,34 euro) ten opzichte van 2010. Werknemers met een modaal inkomen (2.546 euro bruto per maand) ontvangen komend jaar netto 9,34 euro meer. Dit laatste is een stijging van 0,52%. Werknemers die twee keer modaal verdienen (bruto 5.092 euro) gaan er netto 15,45 euro op vooruit, een stijging van 0,48%.

De nettolonen stijgen minder naar mate ze hoger worden. Met name bij werknemers met een brutoloon van 4.250 euro per maand is een dip te zien: zij gaan er netto 5,83 euro op vooruit, een stijging van 0,21%. Deze dip in netto loonstijging komt omdat voor inkomens tussen de 44.100 euro en 50.200 euro de arbeidskorting weer stapsgewijs wordt afgebouwd. De maximale korting van 77 euro is bij een brutoloon van 4.250 euro per maand bereikt. 

Bekijk het overzicht van de netto loonontwikkeling van 2011 versus 2010 » (PDF, opent in nieuw venster)Werkkostenregeling
Werkgevers krijgen ook te maken met een andere forse verandering in de belastingwetgeving. Vanaf 2011 wordt de zogenoemde ‘werkkostenregeling’ geïntroduceerd. Met de invoering van deze regeling kunnen werkgevers vanaf 1 januari overstappen op een nieuwe regelgeving voor belastingvrije vergoedingen aan werknemers. Zij kunnen dan maximaal 1,4% van het totale fiscale loon (de zogenoemde ‘vrije ruimte’) besteden aan zaken als een kerstpakket, laptop of een fiets van de zaak, ongeacht of daarin een beloningsaspect is te onderkennen. Over vergoedingen en verstrekkingen buiten deze vrije ruimte wordt 80% belasting geheven. Van 2011 tot en met 2013 geldt een overgangsrecht. Vanaf 2014 is de nieuwe regeling verplicht.

“Werkgevers moeten met de werkkostenregeling goed in kaart brengen of de verstrekte vergoedingen binnen de 1,4% van de totale loonsom blijven,” zegt Van Leeuwerden. “Een van de gevolgen is dat ze moeten kiezen wat ze wel en wat ze niet vergoeden aan werknemers. Dit kan grote gevolgen hebben voor de secundaire arbeidsvoorwaarden, maar zeker ook voor de administratieve organisatie van een bedrijf.” Volgens Van Leeuwerden geven veel werkgevers aan eerst de kat uit de boom te kijken en van het overgangsrecht gebruik te maken.

Over de loonberekeningen
Bovenstaande berekeningen betreffen met name het directe effect van de wijzigingen in belastingtarieven en heffingskortingen op de loonstrook. Indexering, inflatiecorrectie en loonsverhogingen zijn hierin niet meegenomen. Ook loonstijgingen als gevolg van nieuwe CAO’s en bedrijfsspecifieke regelingen, alsmede de nog te bepalen pensioenpremies voor 2011, zijn niet meegenomen in bovenstaande berekeningen. Bron: ADP.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën