Koepelvrijstelling, recente ontwikkelingen



De koepelvrijstelling mag zich verheugen in een grote belangstelling. Gemeenten die samenwerken krijgen in ruime mate te maken met de voorwaarden waaronder de vrijstelling mag worden toegepast. De staatssecretaris van Financiën heeft een beleidsbesluit toegezegd dat gemeenten die door de samenwerking met andere gemeenten tegen een fors btw-probleem aanlopen, tegemoet zou moeten komen. Dit naar aanleiding van toezeggingen van de Europese Commissie over een ruimere toepassing van de vrijstelling. Intussen lopen bij het Hof van Justitie diverse zaken die de koepelvrijstelling betreffen, en in één ervan heeft de Advocaat-Generaal inmiddels een conclusie genomen. Het betreft een Luxemburgse zaak en de Europese Commissie is van mening dat Luxemburg de richtlijnbepaling niet correct heeft geïmplementeerd in de nationale wetgeving.

De koepelvrijstelling wordt verleend op voorwaarde dat de leden van de groepering een activiteit uitoefenen welke is vrijgesteld of waarvoor zij niet belastingplichtig zijn. Bovendien moet elke dienst, om in aanmerking te komen voor vrijstelling, daarnaast voor een lid direct nodig zijn voor de uitoefening van een vrijgestelde activiteit of een activiteit waarvoor lid het niet belastingplichtig is.

Indien een lid van een groepering naast een vrijgestelde ook een belaste activiteit uitoefent, kunnen ten behoeve van dat lid verrichte diensten van de groepering zijn vrijgesteld van btw, maar alleen op voorwaarde dat de diensten direct nodig zijn voor de uitoefening van zijn vrijgestelde activiteit, en niet van zijn belaste activiteit.

De Luxemburgse wetgeving voorziet ook in een vrijstelling in gevallen waarin de dienst niet direct nodig is voor de uitoefening van de vrijgestelde of niet-belaste activiteit. Volgends de Advocaat-Generaal moet de letterlijke tekst van de vrijstellingsbepaling, die sowieso beperkt moet worden uitgelegd, hierbij als leidraad dienen. En er staat nu eenmaal in de bepaling dat de vrijstelling van toepassing is op diensten die het lid van de koepel aanwendt voor vrijgestelde activiteiten of niet-ondernemersactiviteiten.

Als de dienst wordt aangewend voor een belaste activiteit, mist de vrijstelling dus toepassing. Aldus de Advocaat-Generaal. Wij zijn benieuwd hoe het Hof van Justitie uiteindelijk gaat beslissen.

Hoe in Nederland?
De conclusie staat haaks op geluiden die de staatssecretaris heeft laten horen naar aanleiding van ontwikkelingen in de EU. Zoals hiervoor vermeld is reeds geruime tijd een discussie gaande over de dienstverlening van koepelorganisaties aan samenwerkende gemeenten en de fiscale duiding daarvan. Wij hebben hierover geschreven in onze nieuwsbrief van 14 maart 2016 (nummer 4, .In Nederland geldt vooralsnog de eis dat de vrijstelling slechts van toepassing is als de dienst direct noodzakelijk is voor een vrijgestelde of niet-ondernemersactiviteit. De staatssecretaris heeft aangegeven dat de Europese Commissie thans een ruimere toepassing van de koepelvrijstelling voorstaat dan onder meer in Nederland het geval is. Dit betekent dat de koepelvrijstelling voor de dienstverlening van de fusieorganisatie geldt als de dienst van de fusieorganisatie hoofdzakelijk (voor 70% of meer) wordt gebruikt door de deelnemende gemeenten voor onbelaste overheidsactiviteiten of vrijgestelde activiteiten. Zoals vermeld is noch het beleidsbesluit, noch het arrest van het Hof van Justitie gepubliceerd. Wij zijn benieuwd hoe uiteindelijk alles voor de gemeenten uitpakt en of dat tot een redelijke uitkomst leidt.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met mr. Andrea Joore via e-mail info@efkbelastingadviseurs.nl of ons secretariaat op 072-5350525.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën