Hoe bedrijfsmatig is een voetbalstadion (WOZ)



De Hoge Raad heeft een oordeel geven over de waardering in het kader van de Wet WOZ van een voetbalstadion. In de betreffende casus is ingegaan op de vraag of sprake is van een incourante onroerende zaak die kan worden gewaardeerd op bedrijfswaarde. Belanghebbende in deze casus huurt het stadion van een commanditaire vennootschap (hierna: cv), waarvoor de juridische eigenaar als beherend vennoot optreedt.

De bedrijfswaarde
De bedrijfswaarde is een vorm van de gecorrigeerde vervangingswaarde en kan alleen worden toegepast bij bedrijfsmatig geëxploiteerde objecten. Bij het bepalen van de bedrijfswaarde wordt vanuit de bedrijfsvoering door de huidige eigenaar/gebruiker de waarde bepaald die de onroerende zaak in economische zin voor de huidige eigenaar vertegenwoordigt. Aan de hand van deze bedrijfswaarde wordt de factor voor functionele veroudering bepaald. De bedrijfswaarde zal hierdoor nooit hoger zijn dan de gecorrigeerde vervangingswaarde.

Uitgangspunten casus
In de bezwaar- en beroepsprocedure heeft de belastingplichtige het standpunt ingenomen dat – voor de waardering van het stadion – dient te worden uitgegaan van de lagere bedrijfswaarde. De gemeente stelt zich op het standpunt dat de doelstelling bij de exploitatie van het stadion niet is het behalen van een maximaal rendement zoals bij een commerciële belegger. Voorop bij de exploitatie staat het dienen van een maatschappelijke en sportieve doelstelling evenals het voorbestaan van het stadion.

Volgens de Hoge Raad is waardering op bedrijfswaarde passend indien de waarde van een zaak voor de eigenaar uitsluitend wordt bepaald door de mogelijkheid ervan bij te dragen aan de winst. Van een bedrijfsmatig gebruikte onroerende zaak is slechts sprake indien de exploitatie van die zaken geschiedt met het uitsluitende doel daarmee winst te behalen. Voor een voetbalstadion is het niet voldoende dat het overwegende belang bij de exploitatie is gelegen in de commerciële sfeer. Verder gaat het hof er ten onrechte vanuit dat alleen drijfveren van algemeen belang in de weg kunnen staan aan een bedrijfsmatige exploitatie. Ook andere niet-commerciële drijfveren, zoals de sportieve en maatschappelijke doelstelling, kunnen aan een bedrijfsmatige exploitatie in de weg staan. De Hoge Raad vernietigt dan ook de hofuitspraak.

Conclusie
De Hoge Raad blijft bij zijn eerdere oordeel dat bedrijfsmatige exploitatie van zaken betekent dat het uitsluitende doel is daarmee winst te behalen. Bij deze beoordeling dient elk aspect die aan een bedrijfsmatige exploitatie in de weg staat mee te worden genomen. De lat voor bedrijfsmatige exploitatie, die door gerechtshof Arnhem via het begrip ‘overwegend’ lager was gelegd, is door de Hoge Raad op de oorspronkelijke hoogte teruggelegd.

Colofon
Ed Plat is als adviseur werkzaam bij EFK Belastingadviseurs, kantoor Alkmaar. Voor meer informatie: info@efkbelastingadviseurs.nl, telefoon 072 53 50 525.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën