Het risico van de penvoerder bij kosten voor gemene rekening



Het toepassen van het door de Hoge Raad ontwikkelde leerstuk kosten voor gemene rekening is gebonden aan zeer strikte regels. Gerechtshof Amsterdam lijkt één van de eisen soepeler te interpreteren.

 In de zaak voor het gerechtshof Amsterdam is de belanghebbende een stichting die diverse vormen van onderwijs verstrekt en een bedrijfsbureau heeft ingericht waarvan de kosten mede door een andere onderwijsstichting worden gedragen. Partijen passen kosten voor gemene rekening toe waarbij de verdeelsleutel wordt bepaald op basis van het aantal leerlingen op de jaarlijkse teldatum van 1 oktober voorafgaand aan het betreffende kalenderjaar. De kosten van het bedrijfsbureau, bestaande uit personele kosten en overhead, waaronder huisvestingskosten, worden verrekend inclusief de risico’s die daarbij kunnen optreden. Door allerlei omstandigheden wordt de samenwerking tussen beide stichtingen na ruim 4 jaar beëindigd. Bij de beëindiging betaalt de onderwijsstichting een aanzienlijke schadevergoeding aan de belanghebbende. De inspecteur gaat in hoger beroep akkoord met de gehanteerde verdeelsleutel maar betwist dat het risico van de kosten de onderwijsstichting aangaat volgens de overeengekomen verdeelsleutel.

Bij het beëindigen van de samenwerkingsovereenkomst heeft het risico zich geopenbaard, hetgeen ertoe heeft geleid dat de onderwijsstichting een (aanzienlijke) schadevergoeding diende te betalen ter zake van het bij belanghebbende achtergebleven boventallige personeel, en daarnaast een deel van dit personeel op detacheringsbasis diende over te nemen. Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende aannemelijk gemaakt dat de onderwijsstichting dit heeft gedaan omdat zij deze kosten gezamenlijk met belanghebbende was aangegaan. Het formeel huurderschap van belanghebbende als penvoerder doet er niet aan af dat de onderwijsstichting eveneens feitelijk als huurder optrad en evenzeer – tot het bedrag waartoe zij volgens de verdeelsleutel verplicht was – risico heeft gelopen, welk risico zich heeft verwezenlijkt in te betalen schadevergoeding bij het beëindigen van de gezamenlijke huisvesting.

Volgens de Hoge Raad is sprake van kosten voor gemene rekening indien kosten worden gemaakt ten behoeve van twee of meer ondernemers (hierna: de deelnemende ondernemers) die in eerste instantie door een van hen worden betaald en voor het werkelijke bedrag volgens een tevoren vaststaande verdeelsleutel over de deelnemende ondernemers worden omgeslagen, terwijl het risico van die kosten allen volgens de overeengekomen verdeelsleutel aangaat.

Bij een grammaticale interpretatie is het risico dat een ondernemer loopt evenredig aan de afgesproken verdeelsleutel. In de zaak voor het Hof lijkt hiervan geen sprake. Dat de onderwijsstichting risico loopt wordt vastgesteld aan de hand van de betaalde schadevergoeding. Dat sprake is van evenredigheid met de verdeelsleutel, komt niet tot uitdrukking.

Kosten voor gemene rekening betekent een gebondenheid aan verdeelsleutel en risico tot en met de beëindiging van de overeenkomst. Wij zijn benieuwd of de staatssecretaris beroep in cassatie zal instellen.

Voor vragen over kosten voor gemene rekening kunt u contact opnemen met mr. Frans van den Eijnden via telefoonnummer 072 5350525 of per e-mail via info@efkbelastingadviseurs.nl.

 

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën