Herinvesteringsvoornemen groep toerekenbaar aan individuele vennootschap



Het vormen van een herinvesteringsreserve voorkomt acute belastingheffing over boekwinst behaald bij verkoop van bedrijfsmiddelen. Onder bepaalde voorwaarden kan die winst worden gereserveerd voor de aankoop van een nieuw bedrijfsmiddel. De reserve wordt dan afgeboekt op de aanschaffingskosten van het nieuwe bedrijfsmiddel. Eén van die voorwaarden is dat op de balansdatum het voornemen bestaat om binnen drie jaar na het jaar van verkoop een nieuw bedrijfsmiddel aan te schaffen. In beginsel dient de vennootschap die de herinvesteringsreserve wil vormen, dat voornemen te hebben (zie ons bericht van 7 mei dit jaar). Onlangs oordeelde rechtbank Arnhem dat het herinvesteringsvoornemen van de groep kon worden toegerekend aan de vennootschap die de herinvesteringsreserve wilde vormen. De zaak was als volgt.

Een vennootschap maakte deel uit van een groep die onroerende zaken verwerft, exploiteert en verkoopt. Zij verkocht in 2005 en in 2007 onroerend goed en vormde een herinvesteringsreserve voor de daarmee behaalde boekwinst. De inspecteur stelde echter dat de vennootschap zelf geen herinvesteringsvoornemen had en daarom geen herinvesteringsreserve mocht vormen. De zaak kwam voor Rechtbank Arnhem.

Voor de rechtbank stelde de vennootschap dat het herinvesteringsvoornemen bleek uit haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden (het beleggen in verhuurd onroerend goed) en dat zij deel uitmaakte van een groep die onroerende zaken verwerft, exploiteert en verkoopt. Volgens de inspecteur moest de vennootschap zelf het herinvesteringsvoornemen hebben en was een herinvesteringsvoornemen bij de groep op zich niet voldoende.

De rechtbank stelde vast dat de vennootschap behoorde tot een groep en dat één persoon de (middellijke) zeggenschap had over alle groepsvennootschappen. Omdat die persoon bij het nemen van investeringsbeslissingen de posities van alle groepsvennootschappen in aanmerking nam, kon er volgens de rechtbank geen onderscheid worden gemaakt tussen een herinvesteringsvoornemen bij de vennootschap zelf en een dergelijk voornemen bij de (middellijke) aandeelhouder van de vennootschap. Het herinvesteringsvoornemen van de groep kon daarom worden toegerekend aan de vennootschap. De rechtbank baseerde dit oordeel op een uitspraak van de Hoge Raad dat bij het vaststellen van een herinvesteringsvoornemen de activiteiten van de groep van belang kunnen zijn.

Bron: PwC

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën