Gladheidbestrijding: Strooien we naast zout ook met btw?



In de net achter ons liggende periode heeft Koning Winter behoorlijk streng geregeerd en is het noodzakelijk geweest dat de wegbeheerders in Nederland veel zout hebben gestrooid om de wegen begaanbaar te houden. Dit heeft ertoe geleid dat menig wegbeheerder door zijn zoutvoorraad geraakte en moest aankloppen bij een collega wegbeheerder. Daarnaast heeft menig wegbeheerder uit doelmatigheidsoverwegingen ook een stukje weg van een ander gestrooid. Nu de dooi lijkt door te zetten is het tijd om de ‘rekening’ op te maken.  

Wegbeheerders: Onderling facturen met btw?
Zodra een publiekrechtelijk lichaam geld vraagt voor handelingen die zij voor een ander publiekrechtelijk lichaam heeft uitgevoerd, rijst de vraag of ter zake een factuur met btw moet worden uitgereikt. Als het gaat om de gladheidbestrijding in opdracht van een ander of om onderlinge verkopen van zout, zal het antwoord bevestigend luiden. De in rekening te brengen btw moet vervolgens op de btw-aangifte worden voldaan onder aftrek van de btw van de inkoopkosten. Mocht – zoals bij zout doorgaans het geval zal zijn – de inkoop-btw zijn gecompenseerd, dient feitelijk een correctie van het BTW-compensatiefonds (hierna: het bcf) naar de btw-aangifte plaats te vinden.

Voorbeelden
Als een provincie bij het strooien van de provinciale weg, in overleg met de gemeente tevens de wegdelen binnen de (gemeentelijke) bebouwde kom meeneemt en de kosten doorberekent aan de gemeente, treedt de provincie voor deze werkzaamheden op als btw-ondernemer en dient zij btw aan de gemeente in rekening te brengen. 

Als een gemeente door haar zoutvoorraad heen is, aanklopt bij Rijkswaterstaat (hierna: RWS) en van RWS strooizout geleverd krijgt, dan zal ook RWS aan de gemeente een factuur met btw dienen af te geven. In beide situaties heeft de gemeente ogenschijnlijk geen btw-probleem, omdat zij de btw voor een bijdrage uit het bcf in aanmerking kan laten komen. Ogenschijnlijk wordt er dus niet met btw gestrooid.

Let op
Dit wordt echter anders als de andere wegbeheerder zich niet voldoende rekenschap geeft van de gevolgen van zijn btw-ondernemerschap. De zegen van het btw-ondernemerschap is het recht op aftrek. Als de presterende wegbeheerder bij het vaststellen van de door te berekenen kosten geen rekening houdt met zijn eigen aftrekrecht, zal hij een te hoge kostprijs bepalen. Het verhogen van die kostprijs met btw maakt de gladheidbestrijding onnodig duur. Daarom is het belangrijk bij het maken van prijsafspraken dat de presterende wegbeheerder weet dat hij recht op aftrek van btw heeft en dat ook toepast. Het maakt hierbij niet uit of de wegbeheerder RWS, een provincie, een gemeente, een hoogheemraadschap of een waterschap is. 

Colofon
Henk Zuidersma is senior adviseur bij EFK Belastingadviseurs. Voor meer informatie  hzuidersma@efkbelastingadviseurs.nl, 072-535 05 25.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën