Gemengde kosten en btw-verrekening



Als een gebouw gedeeltelijk met btw en gedeeltelijk zonder btw wordt verhuurd, wordt de btw op de gebouw gebonden kosten gesplitst in een aftrekbaar deel en een niet aftrekbaar deel. Er is al vaak geprocedeerd over de wijze waarop die splitsing moet plaatsvinden. Maar hoe zit het met overheadkosten, zoals auto-,accountants- en eigen huisvestingskosten?

Europees uitgangspunt
In principe rekent een ondernemer de btw op de gemengde kosten toe aan de belaste en vrijgestelde prestaties op basis van de omzetverhoudingen. Dat is de hoofdregel. De Europese btw-wetgeving biedt echter ook de mogelijkheid de aftrek toe te passen volgens het gebruik van de goederen en diensten of van een deel ervan. De methode op basis van oppervlakteverhoudingen kan daartoe behoren.

Europese rechtspraak
Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) heeft in het arrest BLC Baumarkt <klik hier> geoordeeld dat de lidstaten van de EU voor de berekening van de te verrekenen btw bij gemengd gebruik primair een andere verdeelsleutel mogen voorschrijven dan de omzetverhouding. Voorwaarde is dat de toegepaste methode waarborgt dat het percentage voor de aftrek daarmee nauwkeuriger wordt bepaald dan op basis van de omzetverhoudingen. In een recent arrest (Wolfgang und Dr. Wilfried Rey Grundstücksgemeinschaft GbR <klik hier>) benadrukt het Hof van Justitie opnieuw dat de gekozen methode een nauwkeuriger resultaat moet waarborgen dan het resultaat dat voortvloeit uit de toepassing van de verdeelsleutel volgens de omzet.

Nederlands uitgangspunt
De Nederlandse wetgeving gaat daar ook van uit. Slechts als aannemelijk is dat aftrek op basis van werkelijk gebruik van de gemengd gebruikte goederen en diensten, als geheel genomen, niet overeenkomt met de aftrek op basis van de omzetverhoudingen, wordt de in aftrek te brengen btw bepaald op basis van het werkelijk gebruik. Zowel de belastingplichtige als de Belastingdienst kunnen dat naar voren brengen. Als een partij wil afwijken van de hoofdregel, zal hij daartoe feiten en omstandigheden moeten aandragen die erop duiden dat de andere methode leidt tot een nauwkeuriger resultaat dan splitsing op basis van omzetverhoudingen. Dit geldt zowel voor de berekening van aftrekbare btw bij de aanschaf van goederen en diensten, als bij de herziening van btw op basis van de herzieningsbepalingen voor bijvoorbeeld eigen kantoorruimte, – inventaris en vervoermiddelen.

Nederlandse rechtspraak (de casus)
Dit is ook het uitgangspunt dat de rechtbank Gelderland <klik hier> hanteert in een casus waarbij het niet gaat om verrekening van btw op een onroerende zaak zelf, maar van btw op algemene kosten zoals autokosten en accountantskosten. De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast voor een andere methode dan de omzet verhouding rust op de partij die dat stelt, in dit geval de ondernemer. Hij moet aan de hand van nauwkeurige en objectief vast te stellen gegevens het werkelijk gebruik van de kosten aannemelijk maken, hetgeen hem niet lukt. Daarbij overweegt de rechtbank dat het voor het werkelijk gebruik van autokosten meer voor de hand ligt uit te gaan van bijvoorbeeld een kilometeradministratie, dan van oppervlakteverhoudingen zoals is aangedragen door de belastingplichtige.

Dat betekent dat de hoofdregel, omzetverhoudingen, van toepassing blijft. Bij de berekening van de pro rata aftrek hoeft echter niet alle omzet te worden meegenomen. Dit houdt verband met het feit dat handelingen die ten opzichte van de totale omzet van het bedrijf slechts van secundaire of toevallige betekenis zijn, de berekening van de aftrek kunnen vervalsen. Dit kan zo zijn bij de verkoop van investeringsgoederen en van de slechts incidenteel uitgevoerde handelingen met betrekking tot onroerende goederen of de financiering. Deze handelingen worden overigens slechts buiten beschouwing gelaten indien zij niet tot de gebruikelijke bedrijfswerkzaamheden van de ondernemer behoren. De Hoge Raad heeft in 2014 bepaalt dat dit ook bij woningcorporaties van toepassing is op de verkoop van bestaand bezit.

Woningcorporaties en pro rata?

Sinds het wegvallen van de integratieheffing is het pro rata aftrekpercentage behoorlijk gedaald. Maar nog steeds is btw-belaste omzet bij corporaties aanwezig. Voorbeelden hiervan zijn:

– btw-belaste verhuur van onroerende zaken aan ondernemers die de btw voor tenminste 90% op aangifte in aftrek kunnen brengen;
– serviceabonnementen voor onderhoud aan woningen;
– verhuur van “losse” parkeerplaatsen en garageboxen;
– detacheren van personeel;
– doorberekende kosten aan derde organisaties.
Voor wat betreft de berekening van de verrekenbare btw op algemene kosten geldt ook bij een woningcorporatie dat de splitsing in beginsel op basis van omzetverhoudingen plaatsvindt. Vindt u echter – gelet op de hoogte van het percentage – het niet (meer) de moeite om een pro rata vast te stellen, dan zullen de btw-herzieningsbepalingen op de overheadinvesteringen (voor zover aanwezig) per definitie resulteren in een onaangename financiële verrassing. En die kunt u beter voor zijn!

Heeft u vragen over de methode van splitsing van voorbelasting of de berekening van de pro rata aftrek al dan niet in combinatie met de herzieningsbepalingen? Neemt u dan contact op met mr. Andrea Joore, per e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl of per telefoon 072-5350525.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën