Gemeenten, sportvelden en BTW



Sportverenigingen, gemeenten en btw
Groeiende gemeenten, nieuwe verenigingen, herontwikkeling van bestaande sportlocaties, er zijn diverse redenen waarom nieuwe sportaccommodaties worden gerealiseerd. De hiermee gepaard gaande investeringen in velden en clubgebouwen lopen veelal in de miljoenen euro’s en de btw die wordt betaald bedraagt vele honderdduizenden euro’s. Is de btw een kostenpost, of kunnen de investeringskosten beperkt blijven tot de nettokosten? Kortom, is de btw fiscaal aftrekbaar?

Is de btw een kostenpost, of kunnen de investeringskosten beperkt blijven tot de nettokosten?

Gemeenten investeren veelal in de aanleg van de velden terwijl de verenigingen de investeringen in de clubgebouwen dragen. In een aantal gevallen draagt de gemeente financieel bij aan het nieuw te realiseren clubgebouw. Zeker in het geval van gedwongen verplaatsing, worden de verenigingen vaak schadeloos gesteld. In zo’n geval heeft de gemeente een direct belang de kosten voor de bouw van het nieuwe clubhuis zo laag mogelijk te houden. Door te kiezen voor een stichting van waaruit gelegenheid wordt geboden tot sporten kan zowel de gemeente als de sportvereniging (het grootste deel van) de btw in aftrek brengen. Een besparing van 19% btw.

Btw-integratieheffing
In de traditionele situatie, waarbij de gemeente de velden verhuurt aan de vereniging, kan de gemeente de btw op de investeringskosten niet in aftrek brengen op haar btw-aangifte. Evenmin komt die btw voor compensatie in aanmerking, waardoor deze dus onderdeel uitmaakt van de uiteindelijke investeringslasten. De gemeente wordt zelfs geconfronteerd met een extra belastingdruk, de zogeheten btw-integratieheffing. Deze heffing houdt in dat naast de btw op de aanlegkosten, ook btw over de grondwaarde moet worden voldaan.

Sportverenigingen in de btw-wetgeving
Voor diensten van sportverenigingen aan de leden geldt een wettelijke btw-vrijstelling, zodat de contributies buiten de btw-heffing kunnen blijven. Voorwaarde is wel dat de vereniging geen winst beoogt. Het feit dat sprake is van een positieve kantine-exploitatie betekent voor de overige diensten aan de leden nog niet dat sprake is van een winstoogmerk. Zolang de overschotten niet als winst worden uitgekeerd, maar worden besteed in het belang van de vereniging, is geen winstoogmerk aanwezig.  Omdat de vereniging prestaties verricht die van btw zijn vrijgesteld, wordt ook zij – wanneer zij investeert in het clubgebouw – geconfronteerd met de btw-integratieheffing zoals hiervoor omschreven. Het komt er neer dat de integratieheffings-btw die toerekenbaar is aan de bouw en exploitatie van kleed- en doucheruimte, maar ook de bestuurskamer, scheidsrechtersruimten en opslagruimte voor sport- en spelmateriaal niet aftrekbaar is.

Sponsoractiviteiten van de vereniging zijn in beginsel met btw belast, evenals de diensten (zoals het verstrekken van spijzen en dranken) van de kantine en de verkoop van artikelen van de vereniging. Ik gebruik de term ‘in beginsel’ omdat voor laatstgenoemde activiteiten de btw-fondsenwervingsvrijstelling (hierna: de fondsenvrijstelling) en de btw-kantineregeling (hierna: de kantineregeling) een rol kunnen spelen. Bij de fondsenvrijstelling blijven activiteiten inzake het werven van fondsen buiten de heffing van btw onder de voorwaarde dat de ontvangsten voor het leveren van goederen jaarlijks niet meer dan 31.765 euro bedraagt. U kunt hierbij denken aan de verkoop van kalenders, jubileumboeken of clubattributen.

Als de kantineomzet uitkomt boven de grens van 31.765 euro, is er sprake van een btw-belaste activiteit. Dit betekent dat de btw op de investering in de kantine (zowel het gebouw als de inrichting) voor aftrek in aanmerking komt. In de btw geldt een goedkeuring voor sportkantines. Als de omzet van de kantine minder bedraagt dan 68.067 euro, mag ervoor worden gekozen deze omzet vrij te stellen van btw-heffing. Daar staat echter tegenover dat geen recht bestaat op aftrek van btw op kosten en investeringen in de kantine. Bij nieuwbouw is dit dus niet aan te raden.

Hoe aftrek van btw te realiseren?
Om de btw niet te laten drukken op zowel de investering van de gemeente in de velden als (deels) op de investering van de vereniging in het clubgebouw, is het noodzakelijk dat zowel velden als clubgebouw worden gebruikt voor btw-belaste activiteiten. Dit betekent dat de gemeente voor de verhuur van de velden moet kunnen opteren voor btw-heffing. Dit is alleen mogelijk als de velden voor btw-belaste activiteiten worden gebruikt door gebruik te maken van het in de Wet op de omzetbelasting opgenomen begrip ‘gelegenheid geven tot sportbeoefening’. Let op: dit geldt niet voor verenigingsspecifieke ruimten zoals de bestuurskamer. Deze vallen niet onder het gelegenheid geven tot sport beoefenen. Als deze ruimten worden verhuurd, is dit vrijgesteld van btw-heffing, waardoor de aan die ruimten toerekenbare btw niet in aftrek kan worden gebracht.

Gelegenheid geven tot sportbeoefening
Er is sprake van het gelegenheid geven tot sporten als naast het ter beschikking stellen van de sportaccommodatie ook aanvullende diensten worden verleend die gericht zijn op de sportbeoefening. Hierbij moet worden gedacht aan het ter beschikking stellen van de kleedkamers en bijvoorbeeld het sport- en spelmateriaal. Andere aanvullende diensten die zijn gericht op de sportbeoefening, zijn het speelklaar maken van het veld. Lijnen moeten worden getrokken, doelen geplaatst, netten opgehangen, et cetera. Alleen als sprake is van een combinatie van deze zaken zal sprake zijn van het btw-belast gelegenheid geven tot sport beoefenen. De stichting zal dus de velden van de gemeente moeten huren.

Zoals aangegeven geldt voor de vereniging een wettelijke vrijstelling. Deze kan hier dus geen gebruik van maken. Dit kan worden opgelost door een stichting op te richten die tussen de gemeente en de vereniging in zit. De stichting huurt de velden van de gemeente en is eigenaar van het clubgebouw (of in ieder geval de kleed- en doucheruimten). Vervolgens geeft de stichting aan (de leden van) de vereniging de gelegenheid te sporten. Als aan de hiervoor geldende voorwaarden wordt voldaan, is sprake van een btw-belaste activiteit. Over de veelal lage vergoeding dient de stichting 6 procent btw in rekening te brengen aan de vereniging. Daar staat tegenover dat de stichting alle btw die aan haar in rekening wordt gebracht, volledig in aftrek kan brengen. Omdat de stichting btw-belaste activiteiten verricht, kan voor de verhuur van de velden door de gemeente aan de stichting namelijk worden geopteerd voor btw-heffing. Hierdoor heeft de gemeente recht op aftrek van inkoop-btw en wordt zij niet geconfronteerd met de btw-integratieheffing.

Stichting
Er zal een onafhankelijk van de vereniging opererende stichting moeten worden opgericht. Het heeft de voorkeur dat deze stichting de investering in het clubgebouw doet. Zij is daarmee eigenaar en kan op die manier invulling geven aan de voorwaarden voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening. In dat kader zal de stichting ook de velden huren van de gemeente. De stichting mag geen ‘papieren tijger’ zijn, maar moet daadwerkelijk inhoudelijk uitvoering geven aan het gelegenheid geven tot sportbeoefening.

De stichting moet ook de sport- en spelmaterialen aanschaffen en ter beschikking stellen aan de gebruikers en verder zorgen dat de kleedkamers gebruiksklaar en schoon zijn..

Voorkomen moet worden dat de Belastingdienst een fiscale eenheid kan stellen tussen de sportstichting en de vereniging. De enige manier om dit te voorkomen, is door te zorgen dat het bestuur van de sportstichting uit andere personen bestaat dan het bestuur van de vereniging en dat de vereniging geen invloed heeft op de benoeming van bestuursleden van de sportstichting. Wordt hier niet aan voldaan, dan zal de Belastingdienst een btw-fiscale eenheid stellen en kan de btw-besparing niet worden gerealiseerd.

De stichting kan de kantine verhuren aan de vereniging, die vervolgens de exploitatie van de kantine voor haar rekening neemt. Als de vereniging voor de kantine btw-plichtig is, kan voor deze verhuur worden geopteerd voor btw-heffing. Als de vereniging met haar fondswervende activiteiten onder de grens blijft van 31.765 euro, is een wettelijke vrijstelling van toepassing en kan niet worden geopteerd voor btw-heffing en zou in beginsel de btw op de investering in de kantine niet in aftrek kunnen worden gebracht. In dat geval kan ervoor worden gekozen de exploitatie van de kantine door de stichting te laten plaatsvinden. Voor de stichting geldt genoemde wettelijke vrijstelling niet, waardoor de volledige btw op de investering in het clubgebouw aftrekbaar is.

Btw-aftrek pas na tien jaar definitief
Voor de btw moeten onroerende zaken tien jaar worden gevolgd. Pas als het gebruik gedurende die tien jaar voldoet aan de eis dat deze worden gebruikt voor btw-belaste activiteiten, is de btw-aftrek definitief. Het is van groot belang dat het daadwerkelijke gebruik van de sportaccommodatie (inclusief het clubgebouw) gedurende die periode blijft voldoen aan de fiscale eisen zoals eerder in dit artikel aangegeven.

Gebruiksovereenkomst
Tussen de stichting en de vereniging wordt een gebruiksovereenkomst gesloten. Voor het gebruik van de sportaccommodatie is de vereniging een vergoeding verschuldigd . Dit mag geen symbolische vergoeding zijn. Deze vergoeding dient de kosten van de stichting te dekken. Over deze vergoeding moet de stichting 6 procent btw in rekening brengen. Deze btw blijft als kosten drukken bij de vereniging, maar doordat op de kosten bijna steeds 19 procent btw drukt, levert dit een besparing op van 13 procent op de btw.

Rol gemeente
Zoals aangegeven heeft de gemeente er financieel belang bij dat gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de btw-wetgeving biedt. Alleen dan kan de gemeente de btw op de investering in de velden in aftrek brengen en btw-integratielevering voorkomen. Als de gemeente de nieuwbouw van het clubgebouw (mede)financiert, is het van nog groter belang dat de fiscale mogelijkheden optimaal worden benut. Mede ter bewaking van haar belangen zou de gemeente zitting kunnen nemen in het stichtingsbestuur. Het formeren van een stichtingsbestuur levert in de praktijk nog wel eens problemen op. Zeker omdat vanwege fiscale redenen bestuursleden uit de vereniging geen zitting mogen hebben in het stichtingsbestuur. In principe is het toegestaan één bestuurslid van de vereniging zitting te laten nemen in het stichtingsbestuur, maar het heeft de voorkeur dit niet te doen. Als de gemeente daar een rol in kan spelen, houdt zij enerzijds toezicht op het gebruik (en dus de btw-aftrek) en lost zij anderzijds een (mogelijk) probleem op met betrekking tot het vinden van bestuursleden voor de stichting.

Om te kunnen opteren voor btw-heffing, moeten de sportvelden voor btw-belaste activiteiten worden gebruikt.

Colofon:
Bernhard Knol is als adviseur werkzaam bij EFK Belastingadviseurs, kantoor Alkmaar. Hij houdt zich onder andere bezig met vraagstukken en implementatie van het sportbesluit bij gemeenten. Voor meer informatie: bknol@efkbelastingadviseurs.nl, 072-535 05 25.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën