Gelegenheid geven tot sportbeoefening en misbruik van recht



Het krantenartikel meldt dat een woordvoerder van de Belastingdienst weerspreekt dat de Belastingdienst aanvragen tegenhoudt. Alleen als de fiscus misbruik vermoedt, wordt vertraging opgelopen. Wij nemen aan dat hiermee wordt gewezen op situaties waarin de Belastingdienst het leerstuk ‘misbruik van recht’ overweegt toe te passen.

Misbruik van recht

 

Het leerstuk ‘misbruik van recht’ heeft zijn intrede gedaan in de btw-rechtspraak door een arrest van het Europese Hof van Justitie in 2006 (zaak Halifax e.a.) en is in vele zaken daarna nader toegepast en uitgewerkt. Om te kunnen vaststellen dat sprake is van misbruik, is ten eerste vereist dat de betrokken transacties, in weerwil van de formele toepassing van de voorwaarden in de desbetreffende bepalingen van de Zesde richtlijn en de nationale wettelijke regeling ter uitvoering daarvan, ertoe leiden dat in strijd met het doel van deze bepalingen een belastingvoordeel wordt toegekend. Ten tweede moet uit een geheel van objectieve factoren blijken dat het wezenlijke doel van de betrokken transacties erin bestaat een belastingvoordeel te behalen. Toepassen van dit leerstuk op sportaccommodaties zou theoretisch gezien kunnen als het geheel erop is gericht een belastingvoordeel bij sportverenigingen tot stand te brengen.

Zoals uit de Kamervragen duidelijk wordt, gaat het niet om sportverenigingen maar om gemeenten. Vóór de introductie van de tabelpost I b3 verhuurden de gemeenten niet alleen de velden btw-vrijgesteld  aan de sportverenigingen, maar ook de sportzaal in de sporthal Deze laatste activiteiten zijn sinds het sportbesluit btw-belast (6%) en daarmee verkreeg de gemeente recht op aftrek. Sinds enige jaren hebben gemeenten een taakstelling opgelegd gekregen als het gaat om de ontwikkeling van de breedtesport en meer in het algemeen om burgers meer aan het sporten te krijgen (inzet combinatiefunctionaris). De gemiddelde Nederlander draagt immers steeds meer gewicht met zich mee.

Niet voor niets luidt daarom de eerste vraag aan de bewindsman of hij de gedachte steunt dat het verlaagde btw-tarief voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening de actieve sportbeoefening bevordert. Een bijzonder aspect hierbij is dat de introductie van het lage btw-tarief heeft kunnen plaatsvinden in het kader van een btw-terugsluis wetsvoorstel. Door eerdere wetswijziging in 1995/96 zijn de zogenoemde stadhuisconstructies tot staan gebracht. De hieruit voortvloeiende bate heeft het kabinet doen besluiten deze ten goede te laten komen aan de burger door het lage btw-tarief op het gelegenheid geven tot sportbeoefening te introduceren. Juist nu gemeenten dit willen vormgeven, ontmoeten zij een Belastingdienst die hieraan geen medewerking meer wil verlenen omdat sprake zou kunnen zijn van misbruik van recht.

Wij kunnen ons heel goed voorstellen dat gemeenten vooraf zekerheid willen verkrijgen of de door hen voorgestelde rechtshandelingen ook het beoogde resultaat gaan opleveren dan wel dat zij rekening moeten houden met niet aftrekbare btw en worden geconfronteerd met een hoger investeringsbedrag. In dit kader zullen zij uiteindelijk rekening moeten houden met extra niet-aftrekbare btw vanwege de werking van een integratieheffing. Hierover is het laatste woord door de rechterlijke macht ook nog steeds niet uitgesproken. Dit betekent dat de gemeente als zij tegen vergoeding de sportaccommodatie in gebruik geeft, tijdens de bouwfase altijd recht hebben op aftrek van btw en het alleen de vraag is of zij btw moeten voldoen bij de eerste ingebruikgeving. Dit laatste is een technische discussie en geen misbruik van recht. Het is daarom een veel interessantere vraag of mogelijk sprake is van misbruik van bevoegdheden.

De Kamervragen en het krantenartikel hebben er in ieder geval voor gezorgd dat de discussie is aangezwengeld en wij hopen dat de bewindsman snel tot een antwoord komt. Als het
BTW-compensatiefonds daarbij kan helpen – zonder dat gemeenten aanvullend worden gekort op de gemeentefondsuitkering – omarmen wij dat graag. Want in de politieke arena wil geen enkele wethouder noch burgemeester worden beticht van misbruik van recht.

Sportverenigingen hebben recht op teruggave van energiebelasting. Stichtingen die sportaccommodatie exploiteren, lijken dit teruggaverecht niet te hebben. Zie ook uitspraak rechtbank Breda van 23 maart 2011, nr. AWB 10/1491.

Colofon

Ed Plat is als adviseur werkzaam bij EFK Belastingadviseurs, kantoor Alkmaar. Voor meer informatie: info@efkbelastingadviseurs.nl , telefoon 072 53 50 525.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën