Geen BOR bij beperkte onroerend goed activiteiten



Het onderhouden van contacten met huurders, opmaken van huurovereenkomsten en het uitvoeren van activiteiten binnen diverse verenigingen van eigenaren kan behoren tot een normaal vermogensbeheer. Ook het uitbesteden van onderhouds- en verbouwingswerk is niet per definitie gericht op het behalen van voordelen die het beleggingsrendement van een belegger in onroerende goederen te boven gaat. Er hoeft dan ook geen sprake te zijn van een voor de BOR vereiste materiële onderneming.

Dit oordeelde Hof Arnhem-Leeuwarden in een zaak die een dame aanspande in verband met aandelen in een bv die zij van haar vader erfde in 2005. Tot het jaar 2000 was erflater werkzaam  bij een aan de bv gelieerde vennootschap waarin een schildersbedrijf werd geëxploiteerd. Sindsdien was hij gepensioneerd. Tot zijn overlijden had hij nog als directeur en enig werknemer werkzaamheden voor de bv verricht. Volgens de dochter kocht hij actief onroerend goed aan van hoge kwaliteit, gebruik makend van zijn netwerk, en behaalde de bv daardoor een hoger rendement dan het geval zou zijn bij normaal vermogensbeheer. Op haar verzoek om toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) reageerde de inspecteur afwijzend. De rechter oordeelde dat de activiteiten met betrekking tot de onroerend goed transacties niet zo groot was en dat sprake was van de uitoefening van een materiële onderneming. Het geheel in ogenschouw genomen was het hof van oordeel dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de bv ten tijde van het overlijden van erflater geen materiële onderneming dreef. Er bestond daarom geen recht op toepassing van de BOR.

Wet: artikel 35b, lid 2, aanhef en onderdeel b Successiewet 1956 (wettekst 2005)

Meer informatie: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 november 2013 (gepubliceerd op 22 november 2013), ECLI:NL:GHARL:2013:8439

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën