Europese Commissie akkoord met aangepast voorstel voor financiële transactiebelasting



De Europese Commissie heeft op 14 februari 2013 haar goedkeuring gegeven aan het aangepaste voorstel voor de invoering van een financiële transactiebelasting (FTT). Aan het aangepaste voorstel doen 11 van de 27 lidstaten mee. Nederland hoort vooralsnog niet tot de groep van elf deelnemende lidstaten.

Volgens het huidige voorstel heeft de FTT de volgende drie hoofddoelen:

  1. het voorkomen of beperken dat lidstaten uiteenlopende, eigen financiële transactiebelastingen gaan invoeren;
  2. ervoor zorgen dat de financiële sector een billijke en belangrijke bijdrage levert aan de belastingopbrengsten;
  3. het stimuleren dat de financiële sector zich gaat bezighouden met meer verantwoorde activiteiten, gericht op de reële economie.

De FTT bevat voor financiële transacties verschillende tarieven, die overigens minimumtarieven zijn. Zo geldt een tarief van 0,1% voor transacties in aandelen en obligaties en 0,01% voor derivaten (afgeleide beleggingsproducten). De FTT wordt niet geheven bij alledaagse financiële transacties van burgers en het bedrijfsleven op het gebied van betalingen, leningen, deposito’s en verzekeringen. Evenzeer blijft de FTT buiten beeld bij traditionele investeringsbankactiviteiten zoals het bijeenbrengen van kapitaal en ook bij financiële transacties bij herstructureringen. Hetzelfde geldt voor transacties van centrale overheden die verband houden met het monetaire beleid en het beheer van de overheidsschuld en transacties met de centrale banken, de Europese Centrale Bank en diverse Europese (financiële) instellingen.

Volgens het huidige voorstel zal ook FTT geheven worden van pensioenfondsen. Volgens de Europese Commissie kunnen pensioenfondsen de FTT in hoge mate matigen door onder meer de keuze waarin het pensioenvermogen wordt belegd (aandelen, obligaties, vastgoed e.d.) maar ook door de frequentie van de beleggingstransacties. Minister Dijsselbloem van Financiën heeft evenwel aangegeven dat Nederland vooralsnog niet zal deelnemen aan de FTT. De voornaamste reden hiervoor is dat pensioenfondsen niet zijn uitgezonderd van de FTT. Verwacht wordt namelijk dat de invoering van de FTT tot een verhoging van de uitvoeringskosten van pensioenfondsen kan leiden en met een verlaging van pensioenuitkeringen tot gevolg.

De Europese Commissie had oorspronkelijk in september 2011 het voorstel voor een FTT gelanceerd waarbij de FTT voor alle lidstaten van de Europese Unie zou gelden. Dat voorstel stuitte destijds bij een aantal lidstaten op dermate veel bezwaren dat het voorstel moest worden aanpast. Het huidige voorstel wordt gedragen door een ‘versterkte samenwerking’ van elf lidstaten (België, Duitsland, Estland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Slovenië en Slowakije).

Het is de bedoeling dat de FTT op 1 januari 2014 in de elf lidstaten wordt ingevoerd.

Bron: PwC, van Europese Commissie, 14-2-2013, nrs. IP/13/115 en Memo/13/98; Ministerie van Financiën, 18-2-2013, nr. AFP/2013/61

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën