Donkere wolken boven horizontale horizon



Steeds meer organisaties kiezen voor horizontaal toezicht. Maar belastinginspecteurs blijken horizontaal toezicht op verschillende manieren in te vullen. Hoog tijd voor de Belastingdienst om duidelijkheid te scheppen naar collega’s en ondernemers.

Dit in 2005 door de Belastingdienst geïntroduceerde horizontale toezicht wint gestaag aan terrein. Horizontaal toezicht is gebaseerd op een vertrouwensrelatie tussen Belastingdienst en belastingplichtige. Als een organisatie laat zien dat alles fiscaal op orde is – in jargon ‘een werkend tax control framework’ – doet de Belastingdienst geen langdurige klassieke boekencontroles meer, maar beoordeelt juist de fiscale processen. Zo zou het moeten zijn, ware het niet dat er een tweedeling is ontstaan. Tussen de inspecteurs die horizontaal toezicht zien als een vorm van systeemtoezicht en zij die het behandelen als klassiek verticaal toezicht met een nieuw sausje.

Deze ‘nieuwe verticalen’ leggen het zwaartepunt bij steekproeven: een klassiek ‘verticaal’ controlemiddel. Is de Belastingdienst overtuigd van de goede wil van een onderneming om fiscale verplichtingen te voldoen, dan wordt alleen de werking van het tax control framework getoetst via gegevensgerichte steekproeven. De kritiek op deze groep is dat zij horizontaal toezicht niet begrijpen. Horizontaal toezicht is namelijk een vorm van fiscaal systeemtoezicht, waarbij niet de steekproef, maar de controle op processen leidend is.

Daar tegenover staan de zogenoemde ‘normatieven’: inspecteurs die horizontaal toezicht zien als een vorm van systeemtoezicht, maar die tegelijkertijd roepen om een norm op basis waarvan zij kunnen bepalen dat een onderneming ‘in control’ is. Controleren is immers het ‘het toetsen aan een norm’. Met een harde norm beïnvloedt de Belastingdienst echter hoe een onderneming zijn fiscale processen inricht. Dat druist in tegen de principes van horizontaal toezicht.

Zoals altijd ligt de waarheid in het midden. Steekproeven als realitychecks zijn prima, mits een oordeel wordt gegeven over de opzet en werking van het tax control framework. Daarnaast zijn er talloze internationaal erkende kwaliteit- en risicobeheerssystemen die – vertaald naar een fiscale vorm – als richtlijn kunnen fungeren. Net als bij de Code Tabaksblat kan dit een norm zijn die is gebaseerd op principes en niet op regels.

Veel belangrijker is echter dat medewerkers van de Belastingdienst en vooral ondernemers, snel weten waar ze aan toe zijn. Zij zijn op dit moment kind van de rekening. Want bij een willekeurige uitvoering van horizontaal toezicht, ligt rechtsongelijkheid op de loer. Willen we dat Nederlandse ondernemers de stap naar horizontaal toezicht blijven maken en willen we onze rol als internationaal gidsland blijven vervullen, dan zal de Belastingdienst snel duidelijkheid moeten verschaffen.

Eelco van der Enden is partner bij PwC en verbonden aan Nyenrode Business Universiteit. Bron: www.pwc.nl

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën