De Successiewet gewijzigd op 1 januari 2010



De Successiewet is op 1 januari 2010 gewijzigd. Wat zijn daarvan voor u de belangrijkste gevolgen?

Geen geheel nieuwe wet
In april 2008 heeft staatssecretaris De Jager zijn plannen bekend gemaakt om de Successiewet helemaal te herzien en een geheel nieuwe wet te ontwerpen die “Wet schenk- en erfbelasting” zou gaan heten. De basisprincipes van de Successiewet zouden worden omgevormd. Er zou niet meer worden uitgegaan van een juridische benadering maar van een economische benadering. Toen in het voorjaar van 2009 de eerste wettekst van de gewijzigde wet verscheen, bleek dat de wijziging niet zo ingrijpend zou zijn als in eerste instantie was aangekondigd. Het juridische uitgangspunt, dat vaak voortvloeit uit het Burgerlijk Wetboek, is gehandhaafd en ook de naam van de wet is bij het oude gebleven, namelijk: “Successiewet 1956”. Toch zijn er uiteindelijk op een aantal punten forse wijzigingen doorgevoerd.

Nieuwe terminologie
De gewijzigde Successiewet geeft nog steeds een regeling voor de belasting die over verkrijgingen krachtens erfrecht en over schenkingen betaald moet worden. Van oudsher kennen we hiervoor de begrippen “successierecht” en “schenkingsrecht”. Vanaf 1 januari 2010 moeten we daarvoor nieuwe begrippen gebruiken, te weten: “erfbelasting” respectievelijk “schenkbelasting”. Voor 1 januari 2010 werd op basis van de Successiewet ook nog een derde soort belasting geheven bij niet-inwoners van Nederland over in Nederland gelegen onroerende zaken. Deze belasting was bekend onder de naam “recht van overgang”. Dit recht van overgang is op 1 januari 2010 afgeschaft.

Vereenvoudiging
In plaats van 28 verschillende tarieven kent de Successiewet per 1 januari 2010 nog maar 6 tarieven. De wetgeving van vóór 2010 ging bij heffing tussen ouders en kinderen uit van de volgende oplopende percentages: 5%, 8%, 12%, 15%, 19%, 23% en maximaal 27%. Het gaat om een heffing in schijven. In de gewijzigde wet wordt tussen een ouder en een kind erfbelasting en schenkbelasting geheven tegen een tarief van 10% (tot € 118.000,-) of 20%.

Tariefgroepen
Met ingang van 1 januari 2010 kent de Successiewet nog drie tariefgroepen.
In de eerste tariefgroep (voor partners en kinderen) wordt geheven tegen 10% en 20%. In de tweede tariefgroep (voor kleinkinderen en achterkleinkinderen) wordt geheven tegen 18% en 36%. Alle overige verkrijgers (ouders, broers en zussen, verdere familie en niet-verwanten) vallen in de derde tariefgroep, waarin wordt geheven tegen 30% en 40%. In de “oude” Successiewet werd in het meest ongunstige geval geheven tegen percentages oplopend van 41% tot zelfs 68%. Deze exorbitant hoge tarieven zijn per 1 januari 2010 vervallen.

Vrijgestelde bedragen
In de wetgeving vóór 2010 was sprake van drempelvrijstellingen. Als men een bedrag verkreeg dat ook maar € 1,- boven het vrijgestelde bedrag uitkwam, dan verviel de gehele vrijstelling. In de vernieuwde wet kunnen vrijstellingen nooit vervallen. Ook dat is een vereenvoudiging.

Verbeteringen
De hierboven geschetste vereenvoudigingen hebben de Successiewet een stuk overzichtelijker gemaakt. Ook het afschaffen van de allerhoogste tarieven kan zeker als een verbetering worden gezien. Op andere punten is de gewijzigde Successiewet echter niet vereenvoudigd, maar zelfs ingewikkelder geworden. Bron: Berk

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën