De Bron-Monopolist is de Leider van het Conglomeraat
Het aanvaarden van talent is ook het nemen van risico. Een goed voorbeeld van risico bij talent is imitatie. Aan de verkrijging van een octrooirecht worden hoge eisen gesteld (zie bijvoorbeeld voor de toepassing van de innovatiebox artikel 12b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969). En welke eisen gelden dan bij het imiteren. Vindt de innovatiebox ook toepassing bij het verkrijgen van voordelen terzake van imitatie?
Bij het vestigen van persoonlijke rechten bij de bron worden zware eisen gesteld en zelfs moet er ook rechten in de vorm van leges voor worden betaald ter bescherming van het verleende octrooirecht. Maar hoe komt het dan dat er toch imitatie mogelijk is? Het product verliest daardoor zijn exclusiviteit. Wie houdt actief toezicht op de naleving van deze beschermde rechten, waar zelfs ook voor moet worden betaald? De Staat ontwikkelt onder meer regels en wetten ter bescherming van de persoonlijke rechten en wijst hiervoor instanties aan die voor de juiste uitvoering moeten zorgdragen.
Vaak is gebleken, dat juist deze toezichthoudende instanties tekort schieten in de uitvoering. Deze instanties worden gesubsidieerd door de Staat en ze worden tevens gevoed uit de opbrengsten van de ingestelde heffingen. Worden deze toezichthoudende instanties enigszins gecontroleerd op haar uitgaven? Waarom is de DSB-Bank N.V. vandaag op de dag ineens onder vuur genomen? De Nederlandse Bank en de AFM hadden toch kunnen ingrijpen als er zoveel fout zat bij de DSB-Bank N.V. Dit is precies thans het hele probleem van het bronstelsel. De Trias Politica is een gesloten systeem waarvan alle drie lijnen met elkaar verbonden zijn en elke lijn kent twee hoekpunten. De driehoek van de Trias Politica zou op zijn kop moeten gaan, waardoor de uitvoering de overhand krijgt. Het middenkader blijft de rechterlijke macht. Het is gebleken, dat de overheid het niet in staat is om haar eigen regelgeving adequaat te laten uitvoeren. Overal zijn er restricties, waardoor er geen fatsoenlijke uitvoering tot stand komt. De bron is de Staat en de stof is de samenleving. De Staat is de wortel van de boom en de gehele gemeenschap vormt de vruchten van de boom. Als de bron geen voedingsstoffen krijgt, dan zal er ook geen stof meer komen. Dan is er bijvoorbeeld een kale boom zonder bladeren en vruchten. In dat geval zullen de vogels blijven vliegen op zoek naar een gezonde boom. Wanneer die vogels dan wegvliegen, zullen de uitwerpselen hier achterblijven. “Er is dan stront in de tent”. Deze situatie doet zich al voor en zal verder continueren als er geen halt wordt geroepen. Er moet verandering komen in het besturingsstaatsmodel. De Zorgstaat moet terug naar de basis van Nachtwakerstaat. De Staat moet terug naar de bron om haar voedingsstoffen te krijgen en dan zullen de vogels ook hier komen om de vruchten te eten. En voor eten moet nu eenmaal worden betaald. En als de vruchten niet worden gegeten dan zullen ze op eigen bodem vallen die weer als voedingsstoffen kunnen dienen voor de boom en aardbewoners.
Een piloot draagt verantwoordelijkheid bij de uitoefening van zijn beroep en verdient daarom twee keer zoveel als een Minister, terwijl die Minister van alles moet regelen, ontwikkelen en ook verantwoordelijkheid moet dragen. De Staat moet zich meer gaan concentreren op haar inkomen- en uitgavenstroom. Op die manier kan de Staat haar taken zorgvuldig uitvoeren en wellicht haar toezichthoudende taken beter controleren. De weg naar de Staat (het onderpunt van de driehoek) is dan bereikbaar voor het stellen van vragen en het krijgen van antwoorden.
Bij monopolie kan concurrentie optreden, maar de kracht van de monopolist overtreft de concurrent. Vergelijk de kracht van de Regering ten opzichte van de Oppositie. De wereldmarkt zou in feite ook zo moeten worden ingedeeld. Macht der machten, markt der markten, bestuur der bestuurders en noem zo maar op.
Mijn boodschap is dan ook dat monopolie pas ontstaat als bij de bron van het conglomeraat wordt geïnnoveerd. De bronmonopolist is de monopolist van al zijn stoffen. Een product moet zijn ontwikkelingswaarde behouden. Een goed voorbeeld van innovatie bij de bron is melk. Als de kwaliteit van melk wordt verbeterd, dan zal de kaas goed van smaak zijn. U kunt van een wegmobiel geen vliegmobiel maken. Waarom kunnen landen als China, Japan en India tegen lagere productiekosten een product voortbrengen. Zij werken volgens het broninnovatie principe. Als Europa bij de bron innoveert en de ontwikkeling van het product uitbesteed aan deze landen dan is het antwoord al gegeven. Zo blijft de know-how in eigen huis terwijl slechts de productie in de productielanden plaatsvindt. De zogenoemde hefboomwerking treedt dan in. Bezien moet worden welke onderdelen van het productieproces waar thuishoort. Verpakkingswerk bijvoorbeeld kan heel goed worden uitbesteed aan Oost-Europa. Op die manier krijgen de Oostbloklanden goede impuls in hun eigen economie en kunnen ze sneller aan de EU-norm voldoen. Deze arbeiders hoeven dan niet hier in Nederland te worden gehuisvest tegen al die hoge huisvestings- en loonkosten. Het probleem van West-Europa zit namelijk ook hierin. West-Europa kan niet tegen de opkomende Aziatische markt eerlijk concurreren. De Aziaten doen dat al door het opkopen van belangrijke grond- en hulpstoffen voor hun productieproces. Denkt u dat de Aziaten in West-Europa investeren om hier fabrieken op te zetten? De specialistische kennis over en de basis-ingrediënten van een product moet in eenzelfde hand blijven, terwijl de productie daarvan makkelijk uitbesteed kan worden.
Om monopolist te kunnen zijn moet tijdig in de eigen bron worden geïnnoveerd om vernieuwde stoffen te krijgen. West-Europa is dichtbevolkt en dat brengt hoge kosten met zich mee t.o.v. China en India bijvoorbeeld voor wat betreft opslag e.d. Als u mijn verhaal goed begrijpt ontstaat er een wisselwerking tussen de concurrerende partijen c.q. landen. Een heeft de know-how in huis van het product en de ander kan het productieproces verhogen. Zo worden A en B producten mogelijk vermeden. Een stabiele economie is wanneer er twee congruente lijnen naast elkaar lopen in de vraag en aanbodcurve. Bijvoorbeeld China vraagt graan aan Nederland en Nederland vraagt aan China om graanproducten te produceren. Zo heeft Nederland invloed op de onbewerkte prijs van graan en China op zijn beurt op de bewerkte graanproducten. Nederland heeft te weinig opslagruimte voor graan maar wanneer China grote partrijen opkoopt dan kan Nederland de graanteelt vanzelfsprekend verdubbelen en neemt in China de graanproductie toe. Het moge duidelijk zijn dat bij toenemende graanproductie de constante kosten gelijk blijven. Wat is dan de uitkomst bij toepassing van de ICT-formule (Innovatieve Cumulatie Teken) van deze afzet- en productietoename? In het antwoord nemen vier belangrijke productiefactoren toe!
Auteur:
Sunil M.P. Santokhi
Afas Belastingadviseurs B.V.
Dit is mijn persoonlijke, fiscale website. Mijn
naam is Martijn Betgem en ben meer dan 10 jaar werkzaam als recruiter fiscaal. 