Crisisheffing doorstaat weer toets der kritiek



De crisisheffing ligt al een tijdje onder vuur en is in een aantal proefprocedures al voorgelegd aan de rechter. Rechtbank Noord-Holland heeft recent in één van deze procedures aangegeven dat de crisisheffing niet in strijd is met de systematiek van de loonbelasting en het internationale recht.

Er zijn veel bezwaren ingediend tegen de crisisheffing. Uiteindelijk is besloten om bepaalde situaties voor te leggen aan de rechter in de vorm van proefprocedures. In het bericht ‘Crisisheffing kan toch door de beugel’ (geen proefprocedure) en ‘Crisisheffing moet wel voorzienbaar zijn’ (proefprocedure) kon u al lezen over het oordeel van de rechter over de voorgelegde situaties. In deze zaak ging het om een bv die in 2012 aan 122 werknemers een loon had uitbetaald van meer dan € 150.000. Hierdoor kreeg de bv te maken met een crisisheffing van bijna € 1,7 miljoen (16% over een bedrag van € 10.531.090). De bv vond deze heffing niet terecht en ging naar de rechter.

Geen strijd systematiek loonbelasting

Als eerste keek de rechter of de crisisheffing in strijd was met de systematiek van de loonbelasting. De rechter gaf aan dat in het wetsartikel over de crisisheffing is opgenomen ‘in afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde’. De crisisheffing kwam dus niet in plaats van de reguliere heffing, zoals dat wel het geval is bij andere eindheffingen. Volgens de rechtbank was een wetswijziging ook toegestaan waarbij werd verwezen naar het loon van een eerder jaar. De Hoge Raad had in zijn arrest van 20 juni 2014 over de pseudo-eindheffing over excessieve vertrekvergoedingen namelijk al aangegeven dat dit niet in strijd was met het internationale recht.

Paste binnen de ruime beoordelingsvrijheid

De rechter gaf ook aan dat de partijen op 26 april 2012 het Begrotingsakkoord 2013 hadden gesloten en op dat moment was het loon bij de bv nog niet hoger dan € 150.000. In algemene zin was daardoor geen sprake van (materieel) terugwerkende kracht. De wetgever bleef verder met de invoering van de crisisheffing binnen zijn ruime beoordelingsvrijheid. Het paste binnen deze beoordelingsvrijheid om de crisisheffing te beperken tot het inkomen uit tegenwoordige dienstbetrekking. De rechtbank vond het daarvoor wel van belang dat de crisisheffing eigenlijk bedoeld was als eenmalige heffing. Dat de crisisheffing uiteindelijk toch twee jaar duurde, maakte daarvoor niet uit.
Rechtbank Noord-Holland, 9 december 2014, ECLI (verkort): 11712

Bron: Rendement Fiscaal 

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën