Beter geen dan een foute rittenadministratie



De automobilist die de bijtelling privégebruik auto wil voorkomen moet kunnen aantonen dat hij zijn auto van de zaak voor niet meer dan 500 kilometer per jaar voor privédoeleinden gebruikt. Dat bewijs kan hij op diverse manieren leveren, de inspecteur wil meestal een sluitende rittenadministratie. Uit een recente uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland blijkt dat de automobilist beter geen rittenadministratie kan bijhouden dan een rittenadministratie die bij controle onjuist en onvolledig blijkt te zijn. De inspecteur moet dan bij naheffing een lagere verzuimboete aanhouden.

Ben van de Kaart beschikte over een auto van zijn werkgever BV X. De Belastingdienst had Ben voor die auto in 2011 een ‘verklaring geen privégebruik auto’ afgegeven. In het controleformulier bij die verklaring had Ben aangegeven dat hij niet van plan was om een rittenadministratie te gaan voeren. Toen de inspecteur in 2013 constateerde dat er geen sluitende rittenadministratie was, dreigde een naheffing loonbelasting. Ben verweerde zich daartegen: hij had naar zijn zeggen niet privé gereden in de auto van de zaak omdat hij in privé over twee auto’s beschikte. De inspecteur vond dat onvoldoende bewijs; hij stelde Ben in de gelegenheid om alsnog een rittenadministratie op te stellen. Dat deed Ben, aan de hand van zijn administratie en agenda. Bij het aanbieden van die gereconstrueerde opstelling meldde hij de inspecteur nadrukkelijk dat die meerdere hiaten kon bevatten.

De inspecteur accepteerde Ben’s rittenadministratie niet als bewijs, omdat die niet de correcte gegevens over routes, reisafstanden en kilometerstanden bevatte. Hij legde een naheffingsaanslag loonbelasting over 2011 op van € 12.257, met de maximale verzuimboete van € 4.920. De inspecteur baseerde die hoge verzuimboete op de bepaling in het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB) voor het overleggen van een ‘onjuiste en onvolledige rittenadministratie’.

Van de Kaart verzette zich tegen die naheffing bij Rechtbank Noord-Nederland.
De Rechtbank besliste dat de inspecteur de bijtelling voor privégebruik auto terecht in de belastingheffing had betrokken: de rittenadministratie was te onvolledig om als bewijsmiddel te kunnen dienen, en ook overigens had Ben niet overtuigend aangetoond dat hij de auto van de zaak voor niet meer dan 500 kilometer per jaar voor privé had gebruikt.
De Rechtbank vond de maximale verzuimboete niet terecht. Belanghebbende had steeds te kennen gegeven dat hij geen rittenadministratie had bijgehouden, en bij het indienen van de achteraf opgestelde rittenadministratie had hij nadrukkelijk aangegeven dat die mogelijk meerdere onvolkomenheden bevatte. Belanghebbende had geen rittenadministratie bijgehouden, dus kon die ook niet ‘onjuist en onvolledig’ zijn. De inspecteur had op grond van het BBBB een verzuimboete van ten hoogste 80% van het wettelijk maximumbedrag kunnen opleggen. Tijdens de zitting had de inspecteur meegedeeld dat hij een boete van 25% zou hebben opgelegd als er in het geheel geen rittenadministratie was overgelegd. De Rechtbank verminderde daarop de boete tot € 1.230, 25% van het wettelijk maximum.

Commentaar
De Rechtbank maakt terecht een onderscheid tussen het niet bijhouden van een rittenadministratie, en het wél voeren van zo’n administratie die bij controle onjuist of onvolledig blijkt te zijn. Alleen in de laatste situatie is sprake van listigheid of valsheid in geschrift, wat volgens het BBBB rechtvaardigt om een extra hoge boete op te leggen.
Hof Arnhem-Leeuwarden heeft deze grondslag voor hogere boetes medio 2014 afgewezen. Het Hof vindt het niet passend dat alleen bij naheffingen wegens privégebruik auto een hogere boete kan worden opgelegd. Zie ook BelastingBelangen, juni 2014: Onjuiste rittenadministratie: hogere boete afgewezen.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën