Beperking pensioenopbouw extra nadelig voor eindloonregelingen



Werknemers die een eindloonregeling voor hun pensioen hebben, zijn vanaf 1 januari 2014 een stuk slechter af dan mensen met een middelloonregeling. Zij krijgen te maken met een extra nadeel van gemiddeld 4%. Deze fiscale ongelijkheid kan uiteindelijk leiden tot uitkeringsverschillen oplopend tot meer dan honderd euro per maand. In Nederland hebben ongeveer 100.000 werknemers een eindloonregeling.

Dat stelt pensioenadviseur Aon Hewitt op basis van doorrekeningen. Verschillende werkgevers die klant zijn bij Aon, hebben dit inmiddels bevestigd gekregen van de Belastingdienst.

Bij een eindloonregeling wordt het opgebouwde pensioen bij verhoging van het salaris omhoog bijgesteld, dus ook over voorgaande jaren. Per 1 januari 2014 wordt deze bijstelling gezien als nieuwe pensioenopbouw, waardoor dit binnen de fiscale beperking valt. Pensioenen binnen middelloonregelingen worden jaarlijks geïndexeerd; voor de jaarlijkse verhoging tot 1 januari 2014 blijven de toen geldende fiscale regels van kracht. Hierdoor ontstaat een benadeling van eindloonregelingen ten opzichte van middelloonregelingen. Dit staat in tegenstelling tot de bewering van de overheid dat middelloon- en eindloonregelingen per saldo een vergelijkbaar pensioenniveau opleveren.

De overheid kan de ongelijke behandeling tussen de regelingen eenvoudig en tegen geringe financiële consequenties oplossen, stelt Aon Hewitt. Vooralsnog lijkt het omgekeerde echter te gebeuren: bij de door de Eerste Kamer weggestemde pensioenplannen voor 2015 van het kabinet, zou de ongelijkheid in verhoging van pensioenuitkering na de pensioengerechtigde leeftijd zelfs oplopen tot 10%. Dat zijn verschillen van mogelijk enkele honderden euro’s per maand.

Bijstelling eindloonregeling met terugwerkende kracht belast
Door wijzigingen die de overheid doorvoert in de belastingwetgeving versobert de pensioenopbouw vanaf 1 januari 2014. Vanaf die datum gaat de pensioenleeftijd voor nieuwe opbouw omhoog van 65 jaar naar 67 jaar. Daarnaast gaat de maximale jaarlijkse opbouw van ouderdomspensioen omlaag. Beide maatregelen gelden voor zowel middelloon- als eindloonregelingen.

Het reeds opgebouwde pensioen tot 1 januari 2014 blijft voor middelloon- en eindloonregelingen gelijk. Wanneer een werknemer met een eindloonregeling een salarisverhoging krijgt en het pensioen aangroeit, wordt deze aangroei echter beperkt door de nieuwe fiscale regels. De fiscus ziet deze aangroei als nieuwe pensioenopbouw en niet als een vorm van indexatie, zoals dat het geval is bij middelloonregelingen.

Ongelijkheid eenvoudig op te lossen
De ongelijke behandeling is volgens Aon Hewitt eenvoudig op te lossen. “De overheid zou moeten toestaan dat het opgebouwde pensioen tot 1 januari 2014 wordt omgezet in fictieve dienstjaren in de nieuwe pensioenregeling,” zegt Frank Driessen, Chief Commercial Officer bij de afdeling Retirement & Financial Management van Aon Hewitt. “Dan worden eindloonregelingen op vergelijkbare wijze behandeld als middelloonregelingen.”

Driessen wijst erop dat daarmee de extra belastinginkomsten met betrekking tot eindloonregelingen wel iets afnemen. De financiële consequenties voor de overheid zijn echter relatief gering, omdat er ‘slechts’ 100.000 werknemers zijn met een eindloonregeling: een fractie van het aantal werknemers met een middelloonregeling.

“De overheid heeft steeds beweerd dat een middelloonregeling een vergelijkbaar pensioenniveau oplevert als een eindloonregeling,” zegt Driessen. “Dat is straks niet meer het geval. Werknemers die eerder moesten kiezen tussen één van beide regelingen en die de keuze op een eindloonregeling hebben laten vallen, zullen zich bekocht voelen. Zij hebben met de kennis van nu over de voorgenomen maatregelen in veel gevallen een verkeerde keuze gemaakt.”

Rekenvoorbeeld
De tweelingbroers Jan en Piet (50 jaar) hebben 25 jaar pensioen opgebouwd. Jan in een middelloonregeling met een jaarlijkse opbouw van 2,25%, Piet in een eindloonregeling met 2% opbouw per jaar. Ze verdienen allebei € 45.000 per jaar. Hun franchise (aftrek wegens AOW-uitkering) is € 15.000. Ondanks het verschil in pensioenregeling hebben ze inmiddels evenveel ouderdomspensioen ingaand op 65-jarige leeftijd opgebouwd, namelijk € 15.000 (€ 45.000 – € 15.000) x 2% x 25 jaar = € 15.000).

Per 1 januari 2014 wordt het salaris (en de franchise) van zowel Jan als Piet met 2% verhoogd. Het opgebouwde pensioen van Jan in de middelloonregeling wordt met 2% geïndexeerd. Zijn opgebouwde pensioen stijgt per 1 januari 2014 daarom naar € 15.300, oftewel met € 300. Het opgebouwde ouderdomspensioen van Piet stijgt met € 285 (((€ 45.900 – € 15.300) – (€ 45.000 – € 15.000)) x 1,9% x 25 jaar = € 285).

Het verschil in pensioenverhoging lijkt met € 15 mee te vallen. Het extra pensioen van Piet kent echter een ingangsleeftijd van 67 jaar in plaats van 65 jaar. Als Piet het extra ouderdomspensioen op 65-jarige leeftijd wil laten ingaan, blijft er nog maar € 244 over van de verhoging. Dat is € 56 minder dan bij Jan, een verschil van bijna 20%. Als Jan en Piet ook de komende vijftien jaar met gelijkblijvende verhogingen te maken krijgen, loopt het totale verschil bij 65-jarige leeftijd op tot bijna € 1.000 op jaarbasis.

In onderstaande grafieken is de totale impact op het pensioenniveau gepresenteerd voor werknemers op wie een eindloonregeling van toepassing is. Daarbij staat het resultaat vermeld met en zonder genoemde ongelijkheid ten opzichte van een middelloonregeling. Hieruit valt af te leiden dat het effect van de ongelijkheid op het pensioenniveau ongeveer 4% bedraagt. Dit komt bovenop de achteruitgang vanwege de versobering van het fiscale kader met 8 tot 12%. De door het kabinet beoogde verdere versobering in 2015 leidt zelfs tot een totale achteruitgang van bijna 10% bovenop de versobering, vanwege de genoemde ongelijkheid.

Bovenstaande grafieken zijn in hoge resolutie te downloaden door hier te klikken.

Achtergrondinformatie: verschil in pensioenopbouw
Per 1 januari 2014 wordt de pensioenleeftijd voor nieuwe opbouw verhoogd van 65 jaar naar 67 jaar voor alle pensioenregelingen. Daarnaast wordt de maximale jaarlijkse opbouw van ouderdomspensioen in een eindloonregeling verlaagd van 2% naar 1,9%. In middelloonregelingen is een vergelijkbare versobering aan de orde: van 2,25% naar 2,15%. Dat is een nagenoeg gelijke beperking van de pensioenopbouw. Voor de toekomstige opbouw is er dus sprake van (vrijwel) gelijke behandeling.

De ongelijkheid is aan de orde ten aanzien van de tot 1 januari 2014 opgebouwde pensioenen.

In een eindloonregeling geldt voor pensioenverhogingen over achterliggende diensttijd hetzelfde regime als ten aanzien van de toekomstige pensioenopbouw. Voortaan mag bij een pensioengrondslagverhoging zodoende nog maar (maximaal) 1,9% daarvan per achterliggend dienstjaar aan ouderdomspensioen toegekend worden met een pensioenleeftijd van 67 jaar.

In een middelloonregeling wordt het opgebouwde pensioen verhoogd (indexatie) met de in de pensioenregeling opgenomen maatstaf (algemene loonontwikkeling of prijsontwikkeling). Dat betekent dat in middelloonregelingen het op 31 december 2013 geldende fiscale regime van toepassing blijft ten aanzien van de pensioenopbouw over dienstjaren vóór 1 januari 2014. Daarvoor geldt dus nog een (maximaal) opbouwpercentage van 2,25 en een pensioenleeftijd van 65 jaar.

Eindloonregelingen worden zodoende ten aanzien van toekomstige verhogingen van de tot 1 januari 2014 opgebouwde pensioenen bijna 20% slechter behandeld dan middelloonregelingen. Als de kabinetsplannen voor 2015 werkelijkheid worden, gaat het zelfs om 35%. Persbericht: Aon Hewitt

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën