Belastingplan 2014: AB-tarief in 2014 naar 22%



Het aanmerkelijkbelang-tarief (box 2) gaat per 1 januari 2014 met 3% omlaag, van 25% naar 22%. De tariefsverlaging geldt uitsluitend voor 2014, tot een maximum dividenduitkering van € 250.000.
Het kabinet wil met deze maatregel de directeuren-grootaandeelhouders van BV’s verleiden om extra dividend uit te keren. Financiën hoopt op een extra dividend van 5 miljard. Dat levert de schatkist een extra (beter gezegd: vervroegde) belastingopbrengst op van 1 miljard, het netto dividend kan voor een forse bestedingsimpuls zorgen.

Het aanmerkelijkbelang-tarief gaat tijdelijk – in 2014 – omlaag, van 25% naar 22%. De extra belasting die deze maatregel moet opleveren – Den Haag heeft € 1 miljard ingeboekt – vormt een cruciale bouwsteen van het begrotingakkoord 2014 dat het kabinet Rutte II onlangs heeft gesloten met D66, de ChristenUnie en SGP. Dat akkoord was noodzakelijk om een politieke meerderheid voor het Belastingplan 2014 in de Eerste Kamer veilig te stellen.

Een eenmalige tariefsverlaging om de belastingheffing naar voren te halen is in 2007 eerder toegepast in box 2. Ook toen werd de aanmerkelijkbelang-heffing eenmalig met 3% verlaagd tot 22%, tot een maximum van € 250.000 aan dividenduitkering. Dat leverde toen rond de € 1 miljard extra belastingopbrengsten op. Met deze ervaring in de hand durft minister Dijsselbloem van Financiën – gesteund door het Centraal Planbureau – ook nu weer € 1 miljard extra belasting in te boeken.

Commentaar
In een tijd van crisis mag je – of moet je – je spaarpot aanspreken. Financiën doet dat ook, in ruime mate. Nederland kent veel fiscale spaarpotten, vermogen dat door fiscale regelingen vastzit. Financiën wil dat vermogen ‘ontklemmen’, om de belastingheffing naar voren te halen en met de netto-inkomsten voor een bestedingsimpuls te zorgen. Dit jaar mag het levenslooptegoed met 20% belastingvrije korting worden opgenomen (zie ook BelastingBelangen, december 2012: Levensloopregeling: doorlopen of 20% korting in 2013 pakken?), in 2014 krijgen stamrecht-BV’s met daarin een ‘gouden handdruk’, een ontslaguitkering, eenzelfde aanbod.
Het begrotingsakkoord 2014 biedt – een door de politieke verhoudingen afgedwongen – fiscaal voordeel voor directeuren-grootaandeelhouders van BV’s: 3% korting op het aanmerkelijkbelang-tarief. De gezamenlijke BV’s in ons land vormen een goed gevulde spaarpot; er zit zo’n € 140 miljard aan fiscaal beklemd vermogen in. Een vervroegde dividenduitkering van € 5 miljard – zo’n 3,5% van dat totale vermogen – kan geen probleem zijn, zo redeneren onze politieke leiders.

Fiscalisten denken daar anders over, die zien meer ‘beren op de weg’. Een dividenduitkering vergt liquiditeiten, en veel ondernemingen hebben daar nu juist een tekort aan. Het werkkapitaal zit vast, de bank doet niet mee, een dividenduitkering is onder dergelijke omstandigheden op z’n zachts gezegd lastig. Een volgende hindernis vormt de per 1 oktober 2012 ingevoerde uitkeringstest voor BV’s: als de bestuurder van de BV de dividenduitkering accordeert en de BV kan kort daarna niet meer aan haar lopende verplichtingen voldoen, ligt een persoonlijke aansprakelijkstelling van de DGA op de loer. Zie ook BelastingBelangen, juni 2012: De flex-BV gaat in per 1 oktober 2012.

De grootste bottleneck voor een dividenduitkering in 2014 is voor veel DGA’s de problematiek van pensioen in eigen beheer. De pensioenverplichtingen moeten fiscaal berekend worden tegen een rekenrente van 4%, commercieel gebeurt dat tegen een veel lagere rentevoet. Daardoor pakt de commerciële waarde van de pensioenverplichtingen veel hoger uit dan de fiscale waarde. Wel twee tot drie keer zo hoog. De Belastingdienst eist dat bij het vaststellen van de dividendruimte rekening gehouden wordt met de hogere commerciële waarde van de pensioenverplichtingen. Als de DGA dat niet doet, en hij extra geld aan de BV onttrekt – om het 3% tariefsvoordeel te bemachtigen – kan de fiscus dat uitleggen als een (fictieve) afkoop van de pensioenverplichtingen. En dat wordt bestraft met een belastingheffing van 72% (zie ook Belastingbelangen, april 2011: Dividend of afkoop pensioen?)

Voor de DGA die geen last heeft van al deze obstakels rijst de vraag wat hij moet doen met het netto dividend dat er over blijft nadat de 22% belasting is betaald. Beleggen in box 3 tegen een fictief rendement van 4% is niet aanlokkelijk. Als de DGA dat geld ‘veilig’ parkeert op een spaarrekening, met 1,5 tot 2% depositorente, leidt dat tot een belastingdruk van 60 tot 80%. Het ligt dan meer voor de hand om het geld in de BV te laten; daar wordt het reëel behaalde rendement belast. De DGA die fiscaal onbelemmerd dividend kan uitkeren zal dat slechts doen om een al eerder bij de BV opgenomen lening (voor consumptieve doeleinden) af te lossen. De door politiek Den Haag gewenste bestedingsimpuls blijft dan achterwege: een lening aflossen stimuleert de consumptie niet.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Of kies uit nieuws categorieën