Bedrijven niet bekend met buitenlandse anticorruptie wetgeving



Slechts vier op de tien bedrijven voerden maatregelen Engelse Bribery Act door

Om fraude en corruptie tegen te gaan, voeren diverse landen steeds striktere anticorruptie wetgeving in. Twee daarvan, The Bribery Act 2010 (UK) en The Foreign Corrupt Practices Act (FCPA) of 1977 (USA) reiken ver over de eigen landsgrenzen heen en hebben wereldwijd enorme consequenties voor bedrijven die de wetgeving niet naleven. Ook Nederlandse ondernemers met activiteiten in het buitenland lopen het risico met de wetgeving in aanraking te komen. Toch zijn maar weinigen volledig met de wetgeving bekend.

Volgens de UK Bribery Act kunnen de medewerkers die betrokken zijn bij het geval van corruptie of omkoping waarvan een bedrijf wordt verdacht, strafrechtelijk worden vervolgd door de autoriteiten in de UK. “En, ter illustratie, alleen al met Engelse afnemers zakendoen, kan maken dat de eisen binnen de wetgeving van kracht zijn”, zegt Isabel Pfeiffer van BDO Forensics & Litigation Support, die samen met TNS NIPO* onderzoek deed naar de bekendheid van Nederlandse ondernemers met buitenlandse anticorruptie wetgeving.

Uit dit onderzoek blijkt dat een derde (29%) van de onderzochte bedrijven (allen actief in het buitenland) niet weet aan welke buitenlandse wetgeving zij dienen te voldoen. Zes op de tien bedrijven (59%) zijn niet op de hoogte van de preventieve maatregelen die genomen dienen te worden voor de Engelse Bribery Act. Slechts de helft (47%) van de ondervraagde bedrijven heeft een plan van aanpak in geval van corruptie en nog minder (41%) voerden preventieve maatregelen uit zoals een risicoassessment op het gebied van corruptie.

Griekenland, Rusland, China, Angola, Kenia en Polen

Dat fraude en corruptie kostbare risico’s zijn, bewijzen de schattingen van het World Economic Forum, die calculeerde dat het wereldwijd zorgt voor een schade van 2.600 miljard US-dollar per jaar. Een derde (33%) van de ondernemers in het onderzoek van BDO en TNS NIPO geeft aan dat corruptie er wel eens voor heeft gezorgd dat hun bedrijf geen zaken of investeringen deed. De landen die in dit kader werden genoemd waren onder andere Griekenland, Rusland, China, Angola, Kenia en Polen.

Enorme boetes en reputatieschade

De risico’s van het niet naleven van de buitenlandse anticorruptie wetgeving zijn groot, aldus BDO. Martijn Hin, partner bij BDO Forensics & Litigation Support: “Naast het risico van de fraude of omkoping zelf, reikt de arm van de buitenlandse wetgever ver. Zo kunnen enorme boetes worden opgelegd, medewerkers kunnen (in het buitenland) worden gearresteerd of een bedrijf kan van bepaalde markten worden geweerd. En de reputatieschade is navenant.”

Wet naleven vermindert de strafmaat

In de Engelse Bribery Act is expliciet opgenomen dat organisaties die er niet in slagen om de aan hen gelieerde personen te weerhouden van omkoping, hiervoor strafbaar kunnen worden gesteld. Wanneer een organisatie echter kan aantonen dat ondanks dat er een geval van omkoping heeft plaatsgevonden, zij voldoende procedures in haar bedrijfsprocessen heeft opgenomen om dergelijke situaties te voorkomen, kan dit effectief aangevoerd worden ter verdediging. Pfeiffer: “De aanwezigheid van adequate anticorruptie procedures kunnen de eventuele strafmaat, bij de constatering van corruptie, verminderen.”

Corruptie niet op de agenda bij toezichthouders

Het onderzoek van BDO en TNS NIPO laat zien dat het onderwerp corruptie niet bij alle aangewezen personen op de agenda staat. De verantwoordelijkheid voor corruptie(preventie) hoort volgens de buitenlandse anticorruptie wetgeving namelijk niet alleen op directieniveau te liggen, maar ook in de business zelf en bij stafafdelingen als Compliance en Juridische Zaken. Slechts 1 op de 3 bedrijven (27%) noemt de afdeling compliance en eenzelfde percentage zegt dat ‘in de business’ de verantwoordelijkheid voor corruptie ligt. Bij een kwart (24%) van de bedrijven worden vanuit de Raad van Commissarissen vragen over het thema corruptie gesteld. Hin: “Het onderwerp corruptie lijkt daarmee onderbelicht in de toezichthoudende rol van Raden van Commissarissen.”

*Over het onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd door middel van telefonisch veldwerk. Het veldwerk heeft gelopen in het najaar van 2013 onder Nederlandse bedrijven die banden hebben met het buitenland (import, export of een vestiging in het buitenland) en minstens 50 KWP hebben (KWP staat voor Klasse Werkzame Personen, oftewel de bedrijfsomvang uitgedrukt in het aantal personen die er werken. Iedereen die 15 uur of meer in het bedrijf werkt telt als 1 persoon). In totaal zijn 75 personen benaderd die (mede) verantwoordelijk zijn voor beleid op het gebied van risicomanagement en/of compliance. Meer informatie: www.bdo.nl/anticorruptie.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Of kies uit nieuws categorieën