Ambtelijke fusies en de koepelvrijstelling (btw)



Inmiddels zijn al weer enkele weken verstreken na het verschijnen van het bericht dat de koepelvrijstelling kan worden toegepast bij (gemeentelijke) ambtelijk fusies. Een besluit is toegezegd, het hoofdzakelijkheidscriterium (70%) wordt geïntroduceerd, hard- en software wordt op de site van de belastingdienst getypeerd als ICT, terugwerkende kracht wordt gemeenten onthouden en volgens sommige advieskantoren leidt de koepelvrijstelling tot een nieuwe beperking van het recht op aftrek. Een korte stand van zaken.

Het proces
Over hoe een en ander tot stand is gekomen is, kunnen wij nog vele bijdragen vullen, maar belangrijker is wat de stand van zaken nu is. De staatssecretaris bericht de Tweede Kamer op 15 februari 2015 dat de Europese Commissie (hierna: EC) aangeeft dat de reikwijdte van de koepelvrijstelling ruimer mag worden toegepast dan Nederland tot dan toe heeft gedaan <klik hier>. Eveneens informeert de bewindsman de VNG op gelijke wijze <klik hier>. De brief van de EC of een schriftelijke vastlegging van de uitspraak van de EC wordt niet gedeeld.

De hiervoor genoemde berichten van de staatssecretaris geven aan dat de dienst van de fusieorganisatie onder de vrijstelling kan vallen als deze hoofdzakelijk (voor 70% of meer) wordt gebruikt voor onbelaste overheidsactiviteiten of vrijgestelde activiteiten. Aansluitend wordt in de brief aangegeven dat in de praktijk van alledag de fusieorganisatie een volledige btw-vrijstelling toepast op haar dienst aan de deelnemende gemeenten en dat één totaaldienst wordt afgenomen die niet wordt gesplitst in verschillende onderdelen. Voor zover in de doorberekening aan de gemeenten btw is opgenomen, welke bij de deelnemende gemeenten voor compensatie in aanmerking komen, mag de btw worden doorgeschoven. Vervolgens concludeert de bewindsman dat daarmee de btw-problematiek van gemeentelijk samenwerking in de vorm van een fusieorganisatie vrijwel geheel is opgelost.

Reactie
Wij betwijfelen sterk of met deze uitleg recht wordt gedaan aan de werking van de koepelvrijstelling. De Wet op de omzetbelasting 1968 stelt immers geen organisatie vrij van btw-heffing, maar de diensten die een organisatie verricht voor zover aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. En volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie mogen lidstaten niet zodanige beperkingen of voorwaarden stellen dat het gebruik van een vrijstelling onmogelijk wordt gemaakt. Het landelijk overleg van belastinginspecteurs heeft dat al in de vorige eeuw onderkend en aangegeven dat artikel 11, lid 1, letter u van de Wet op de omzetbelasting 1968 een ‘voor zover’-bepaling is. Dit betekent dat voor zover aan de voorwaarden wordt voldaan, sprake is van een btw-vrijstelling en dat als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, sprake is van een btw-belaste dienst. Dit impliceert echter niet dat alle diensten btw-belast of – vrijgesteld zijn. Dit vinden wij eveneens terug in het door de staatssecretaris genoemde besluit aangaande de transparantie van btw, welke duiding al vanaf 2003 van kracht is.

Samenwerkingsverbanden, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel u, van de Wet OB, van publiekrechtelijke lichamen voor zover de samenwerkingsverbanden diensten verrichten aan hun deelnemers die door dezen worden afgenomen anders dan in hun kwaliteit als ondernemer.

Echter, in de berichtgeving van de staatssecretaris lijkt (helaas) het toepassen van de voor zover gedachte ver weg en worden nieuwe problemen gecreëerd. Wij vragen ons af op welke wijze de Belastingdienst nu nog de uitzonderingen op de koepelvrijstelling wil vormgeven als alles onder de btw-vrijstelling moet worden gebracht. Wij kunnen ons niet voorstellen dat als een fusieorganisatie een persoon uitleent aan een deelnemende gemeente, deze dienstverlening btw-vrijgesteld mag plaatsvinden.

Vervolg
EFK Belastingadviseurs blijft haar cliënten adviseren de koepelvrijstelling toe te passen op diensten en daarbij onderscheid aan te brengen in de hoedanigheden waarin deelnemende gemeenten participeren in het samenwerkingsverband, alsmede uitzonderingen op de vrijstellingen – voor zover van toepassing – vorm te geven. Het is en blijft van belang dat de koepelorganisatie haar rechten veilig stelt door tijdig bezwaar te maken tegen de eigen aangifte dan wel de opgelegde naheffingsaanslag van de Belastingdienst.

Want de wrange nasmaak zit in het slot van de berichtgeving: ambtshalve wordt niet op het verleden teruggekomen!

Dit laatste bevreemdt ons omdat de reactie van de EC niet uit de lucht komt vallen. Het is het kabinet dat zelf in 2015 melding maakt dat zij de kwestie heeft aangekaart bij de EC alsmede in het BTW-Comité met als suggestie de mogelijkheid te bieden een partiële koepelvrijstelling te verlenen. In november 2015 bericht zij nog dat de EC met een reactie moet komen.

Als de koninklijke weg zou zijn bewandeld, zouden alle lopende discussies inzake de koepelvrijstelling zijn opgeschort en wordt afgewacht hoe de reactie van de EC zou luiden. Alle lopende belastingtijdvakken blijven hierbij open en dan is een rechtvaardige en rechtsgelijke wetstoepassing mogelijk.

Wel moet worden bedacht dat de EC – als bewaker van het Europese btw-gedachtengoed – het niet altijd bij het juiste eind heeft. Meerdere malen heeft het Hof van Justitie in zogenoemde inbreukprocedures geoordeeld dat niet de EC maar de lidstaat het gelijk aan haar zijde heeft. Ook in reguliere procedures volgt het Hof van Justitie niet altijd de ingebrachte zienswijze van de EC. Daarom zijn wij zeer benieuwd naar de formulering van de reactie van de EC, maar dat geldt uiteraard ook voor het aangekondigde ministeriële besluit.

Wilt u meer weten over de toepassing van de btw-koepelvrijstelling en op welke wijze deze administratief kan worden vormgegeven, neem dan contact op met mr. Dick Visser of Kelly Visser MSc via 072-5350525 of stuur een e-mail naar info@efkbelastingadviseurs.nl.

Laat je mening horen!

Laat een reactie achter.
mocht je een afbeelding wensen bij je reactie, klik dan hier gravatar!

Of kies uit nieuws categorieën